De Ardennen hebben veel religieus erfgoed. Dorpen liggen vaak in rivierdalen of op kammen met verspreide boerderijen. Kerken werden gebouwd op centrale plekken: bij een brug, op een verhoging of bij een dorpsplein. Vanaf de middeleeuwen ontstonden daarnaast abdijen en kloosters die land beheerden, bossen en akkers organiseerden en een rol kregen in onderwijs, zorg en archivering. In grensgebieden verschoof macht regelmatig tussen lokale heren, bisdommen en abdijen. Dat zie je terug in gebouwen die meerdere keren zijn aangepast: romaanse kernen met latere gotische uitbreidingen, torens die na brand of oorlog opnieuw zijn opgetrokken, en abdijcomplexen waar delen ruïne zijn en andere delen nog in gebruik. Vandaag zijn kerken, abdijen en kloosters vooral plekken die je bezoekt voor architectuur, stilte, lokale geschiedenis en soms ook voor producten die binnen het kloosterleven zijn ontstaan, zoals bier, kaas of kruidenpreparaten.
Een abdij met actief kloosterleven is Abdij van Maredsous, gesticht in 1872 en bekend om zijn benedictijnse gemeenschap en eigen streekproducten.