De abdij van Echternach is de oudste en lange tijd machtigste kerkelijke instelling van het Groothertogdom Luxemburg. De grondslag werd in 698 gelegd door de Angelsaksische monnik Willibrord, die van Irmina van Oeren een domein aan de Sûre ontving en er een Benedictijns klooster stichtte. Willibord opende de eerste abdijkerk in 700, gefinancierd door Pepijn van Herstal. In 714 liet Karel Martel zijn zoon Pepijn de Korte hier dopen. Na de dood van Willibrord in 739 werd zijn tombe al snel een bedevaartplaats. In 751 verhief Pepijn de Korte de abdij tot koninklijke abdij. Karolingers en latere keizers bleven de instelling begunstigen.
Abdij van Echternach
Scriptorium
Vanaf de vroegste periode beschikte de abdij over een scriptorium. Van de negende tot en met de elfde eeuw was het een van de productiefste en beroemdste in het Frankische Rijk. De verluchtingen die er werden gemaakt, zijn herkenbaar aan een eigen stijl die de Echternachse school heet. De bekendste producten zijn de Codex Aureus Epternacensis uit circa 1040, volledig in goudinkt geschreven, de zogenoemde Keizersbijbel en de Gouden Evangeliën van Hendrik III. De reputatie van het scriptorium was zo groot dat Karel de Grote zijn hofgeleerde Alcuin ernaartoe stuurde om zich te vormen voor de opening van de keizerlijke school in Aken. De Evangeliën van Echternach, een vroeger handschrift dat Willibrord van Engeland meekreeg, bevinden zich nu in de Bibliothèque nationale de France in Parijs.
In 1795 plunderden Franse Revolutietroepen de abdijkerk. In 1797 werd de abdij opgeheven. De monniken werden verdreven en de gebouwen en gronden werden openbaar verkocht. Het abdijpaleis, gebouwd in 1727 naar plannen van de Lotharingse benedictijn Léopold Durand, bleef bewaard en is vandaag in gebruik als het Lycée classique Echternach met internaat. De gewelfde kelders herbergen sinds 1987 het Abdijmuseum, met facsimile’s van de beroemdste manuscripten uit het scriptorium, archeologische vondsten en informatie over het leven en de verering van Willibrord. De abdijtuinen met orangerie uit 1736 en een lustpaviljoen uit 1765 zijn aan de buitenzijde nog zichtbaar. Het gebeente van Willibrord rust in de crypte van de basiliek naast de abdij, die uit de achtste eeuw dateert en als enig onderdeel alle verbouwingen en verwoestingen ongeschonden overleefde.
Praktisch
- Abdijmuseum: gelegen in de gewelfde kelders van het abdijpaleis, Porte Saint-Willibrord, Echternach
- Open: dinsdag tot en met zondag
- Audioguides: beschikbaar in het Nederlands, Frans, Duits en Engels, gratis met achterlaten identiteitsbewijs