De abdij van Stavelot werd in 648 gesticht door de heilige Remacle, een monnik uit het Franse Aquitanië die van de Austrasische koning Sigebert III een stuk bos in de Ardennen ontving met de opdracht de streek te kerstenen. Remacle stichtte er een dubbele abdij, één in Stavelot, één in het nabijgelegen Malmedy, die de kiem vormde van het Abdijvorstendom Stavelot-Malmedy. Dit kerkelijke vorstendom bleef meer dan duizend jaar min of meer autonoom functioneren binnen het Heilige Roomse Rijk en oefende zijn economische, religieuze, politieke en artistieke invloed uit op een gebied dat de grenzen van het huidige België ruim overschreed.
De twaalfde eeuw was de gouden eeuw van de abdij. Abt Wibald, die in 1130 de leiding overnam, was niet alleen een vertrouwd diplomaat van drie Duitse keizers, maar ook een van de grote mecenassen van zijn tijd. Hij gaf opdracht tot de vervaardiging van het Remaclusretabel, een groot altaarstuk van goud en zilver met centraal het reliekschrijn van de stichter en een reeks andere meesterwerken van de Rijnlands-Maaslandse edelsmeedkunst. Van die schat is na de plundering tijdens de Franse Revolutie weinig overgebleven; losse medaillons bevinden zich nu in musea in Frankfurt en Berlijn, en het Pinksterretabel hangt in het Musée national du Moyen Âge in Parijs. Wibalds briefwisseling behoort tot de voornaamste historische bronnen voor de Tweede Kruistocht.