De kathedraal van Malmedy staat op de Place du Châtelet, direct naast het Malmundarium. Ze is gewijd aan de heiligen Petrus, Paulus en Quirinus en fungeert als de hoofdkerk van de stad. Het gebouw dateert van 1776 tot 1784 en is opgetrokken in arkosesteen uit de regio rond Waimes, een lichtgekleurde lokale zandsteen. De gevel heeft twee vierkante torens met een achthoekige lantaarn als bekroning, een detail dat doet denken aan de Germaanse kerktraditie van de omgeving.
Kathedraal van de heiligen Petrus, Paulus en Quirinus
Geschiedenis
De eerste abdijkerk op deze plek stond er al in de tiende eeuw, als onderdeel van het klooster dat in 648 door de heilige Remacle was gesticht. Die kerk brandde in 1689 volledig af tijdens de plunderingstocht van de troepen van Lodewijk XIV, die ook het klooster verwoestten. Het duurde bijna een eeuw voor een nieuwe kerk werd gebouwd. Architect Charles-Antoine Galhausen uit Luik tekende de plannen; het gebouw werd in 1784 gewijd. Na de Franse Revolutie verloor de kerk haar kloosterfunctie en werd ze een tijdlang als stal en magazijn gebruikt door de bezettingstroepen. In 1817 kocht Henri Steinbach het gebouw en droeg het over aan de gemeente, die er de parochiekerk van maakte. Van 1921 tot 1925 was de kerk de zetelkerk van het kortstondige bisdom Eupen-Malmedy; de bisschopszetel in het koor herinnert nog aan die periode. Sindsdien behoudt ze de bisschoppelijke titel op grond van het kerkelijk recht, hoewel het bisdom zelf nooit meer werd hersteld.
De plattegrond is die van een Latijns kruis met één brede beuk zonder pilaren, doorsneden door een groot transept. Het interieur is sober, conform de smaak van de late achttiende eeuw, met de nadruk op licht en ruimte. Alleen de kapitelen en het koor zijn rijker uitgewerkt, met stucwerk van de Luikse ornamentist François-Joseph Duckers, waaronder een bas-reliëf met de Tenhemelopneming van Maria in het koor. Het marmeren Mariaaltaar dateert van 1773. De achthoekige preekstoel en de vier biechtstoelen dateren van 1770. Het hoofdaltaar uit 1877 is van marmer en omringd door reliekbustes van het Thebaanse Legioen. In het koor zijn twee grafmonumenten in zwart-wit marmer ingemetseld: van de prinsen-abten Joseph de Nollet (1672–1753) en Dieudonné Drion (1669–1741). De kerk bewaart ook de reliekschrijn van de heilige Quirinus uit 1698.
De glas-in-loodramen zijn niet origineel: ze werden vernield tijdens de Amerikaanse bombardementen van december 1944 en daarna vervangen door moderne ramen met de wapenschilden van vroegere prinsen-abten van Stavelot-Malmedy. Het carillon in de noordelijke toren dateert van 1786 en bestaat uit 35 klokken, gegoten door Martin Legros uit Malmedy.