Stavelot is een stad aan de Amblève in de provincie Luik, met ruim 7000 inwoners. De stad ligt in een vallei die door beboste heuvels wordt ingesloten, op het knooppunt van de Amblève en de Eau Rouge. Ze vormt samen met het naburige Malmedy, op acht kilometer afstand, het historische hart van de Oostkantons.
Stavelot
Geschiedenis
Het bestaan van Stavelot is onlosmakelijk verbonden met de abdij die er in 648 werd gesticht door de heilige Remacle, een monnik uit de Limousin die belast was met de kerstening van de Ardennen. De abdij groeide uit tot het religieuze en bestuurlijke centrum van het Vorstendom Stavelot-Malmedy, een kerkelijk prinsbisdom dat formeel deel uitmaakte van het Heilige Roomse Rijk. Dat gaf Stavelot in de middeleeuwen een bijzondere positie: de stad ressorteerde niet onder het graafschap Luik, maar had haar eigen bestuur onder de prins-abt. In de elfde en twaalfde eeuw bereikte de abdij haar grootste bloei. Kunstenaars in dienst van de abdij produceerden verluchte bijbels, reliekschrijnen en goudsmeedwerk van hoge kwaliteit. Eén van de bijbels die hier werd vervaardigd, de zogenaamde Bijbel van Stavelot, berust nu in het British Museum in Londen. De Franse Revolutie maakte een eind aan het vorstendom: in 1795 werd het Vorstendom Stavelot-Malmedy opgeheven en de abdij ontmanteld.
Na het Congres van Wenen in 1815 werd Stavelot bij de Nederlanden gevoegd en na de Belgische onafhankelijkheid in 1830 bij België. Malmedy bleef tot 1919 Pruisisch en werd pas na de Eerste Wereldoorlog via het Verdrag van Versailles aan België toegevoegd.
Tijdens de Slag om de Ardennen in de winter van 1944-1945 had Stavelot zwaar te verduren. Kampfgruppe Peiper, een SS-tankkolonne, trok op 18 december 1944 door de stad en reed door naar Baugnez bij Malmedy, waar 84 Amerikaanse krijgsgevangenen werden neergeschoten. In Stavelot zelf en de omgeving werden in die dagen meer dan honderd burgers (inclusief vrouwen en kinderen) vermoord door eenheden van dezelfde kolonne. Op de brug over de Amblève herinnert een halfrupsvoertuig aan dit oorlogsmisdrijf.
Het historische centrum
Het centrum van Stavelot is grotendeels gebouwd in de achttiende eeuw, na een reeks verwoestingen door brand en oorlog in eerdere eeuwen. Rond het gestroomlijnde Place Saint-Remacle staan vakwerkhuizen en stenen panden met rijkversierde gevels; het plein is volledig gekasseid en telt een fontein die de in 1789 verworven vrijheden van de Stavelotianen symboliseert. Het stadhuis en de omliggende cafés maken van het plein het kloppende hart van de stad. De Sint-Sebastiaanskerk uit 1751, vlak bij de abdij, herbergt het schrijn van de heilige Remacle, een meesterwerk van de Rijnlands-Maaslandse goudsmeedkunst uit de dertiende eeuw, en een orgel gebouwd door Korfmacher in 1841. De kerk staat op de lijst van het beschermd erfgoed van Wallonië. Een aparte wijk is het Vicinale, de oudste bewoonde buurt van de stad, met smalle straatjes, leisteenhuizen en een fontein uit 1777. Het circuit van Spa-Francorchamps ligt op het grondgebied van de gemeente Stavelot, op circa acht kilometer van het stadscentrum. Ook Coo hoort bij de gemeente, stroomafwaarts langs de Amblève. Daar liggen de watervallen van Coo en aan de voet daarvan het pretpark Plopsa Coo, veruit het grootste uitje in de omgeving.
Guillaume Apollinaire
In de zomer van 1899 verbleef de negentienjarige dichter Guillaume Apollinaire in Stavelot. Zijn moeder, een Poolse aristocrate, speelde in het casino van Spa, terwijl haar twee zoons in pension Constant in de Rue Neuve logeerden. Die zomer was beslissend voor Apollinaires dichterschap: hij werd verliefd op Marie Dubois, dochter van een caféhouder bij de kerk. Hij schreef zijn eerste gedichten, onder meer het in het Waals geschreven Mareye, en noteerde zijn nieuwe naam Guillaume Apollinaire voor het eerst consequent in het Cahier de Stavelot. Hij nam die zomer definitief afscheid van zijn geboortenaam Wilhelm Kostrowitzky
Het verblijf eindigde abrupt in oktober, toen zijn moeder, berooid, de twee zoons sommeerde te vertrekken zonder de pensionrekening te voldoen. De Ardennen lieten diepe sporen na in zijn werk. Gedichten als Fagnes de Wallonie en de postume reeks Stavelot in Le guetteur mélancolique getuigen daarvan. Apollinaire geldt als grondlegger van het surrealisme en werd vriend en pleitbezorger van Picasso, Braque en Chagall. Hij stierf in 1918 aan de Spaanse griep. De abdij van Stavelot herbergt het enige museum ter wereld dat volledig aan hem is gewijd.
Laetare en de Blancs Moussis
Stavelot is de hoofdstad van de Laetare, een van de oudste en meest bijgewoonde carnavalsfeesten van Wallonië, gevierd op de vierde zondag van de vasten. De centrale figuren zijn de Blancs Moussis: mannen gekleed in witte pijen met een lange rode neus en een lachend masker. Volgens de overlevering verbood prins-abt Guillaume de Manderscheidt in 1499 zijn monniken aan het carnaval deel te nemen; de Stavelotianen maakten hem belachelijk door zelf verkleed als monniken mee te lopen. De eerste vermelding van de Blancs Moussis dateert van 1502. Vandaag trekken elke Laetare zo’n 2500 deelnemers door de straten, vijf ton confetti wordt uitgestrooid en de feestelijkheden worden afgesloten met een van de grootste vuurwerkshows in de streek.
Luik-Bastenaken-Luik en de Col du Stockeu
Wie Stavelot kent van de wielersport, kent de naam Stockeu. De Côte de Stockeu begint direct aan de brug over de Amblève en stijgt over 2,3 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van ruim 9 procent en een maximum van 16 procent. De klim begint direct steil met secties van 12 tot 15 procent; pas na het steilste gedeelte vlakt het iets af richting het standbeeld van Eddy Merckx, halverwege de helling. Tijdens Luik-Bastenaken-Luik slaan de renners daar linksaf voor de afdaling terug naar Stavelot. Wie de complete klim wil rijden, stijgt nog zo’n 1,3 kilometer verder. De Stockeu maakt deel uit van de beruchte trilogie Wanne-Stockeu-Haute-Levée en geldt als een van de verraderlijkste beklimmingen van de Ardense wielerklassiekers.
Het centrum en de winkels
Het historische centrum van Stavelot is klein en compact: de Place Saint-Remacle met de abdij, en de straatjes daaromheen. Het is vooral een centrum van horeca en toeristische zaken, met bakkers, een boekhandel, een theewinkel en een fietsenzaak.
Voor de dagelijkse boodschappen is er een Carrefour Market aan de rand van het centrum, aan de Avenue des Démineurs. Grotere inkopen doe je in Malmedy of Verviers.
Op de dagen van het Laetare-carnaval en tijdens de Grand Prix op Spa-Francorchamps is het in het centrum aanzienlijk drukker en zijn straten afgesloten. Meer markten in de streek staan op markten in de Ardennen.
Stavelot per seizoen en activiteit
Meer weten over Stavelot in een specifieke periode of met een specifieke wens? Bekijk de pagina’s hieronder:
Groepshuis in Francheville bij Stavelot
In het dorp Francheville, in de gemeente Stavelot, staat deze gerenoveerde boerderij van tweehonderd vierkante meter, met vijf slaapkamers en twee badkamers voor elf personen. Het huis heeft een sauna en ligt aan een doodlopende weg op het platteland. Drie nachten kosten hier vanaf ongeveer 1.736 euro.
In en rondom Stavelot
De abdij van Stavelot werd in 648 gesticht door de heilige Remacle en was meer dan duizend jaar een machtig kerkelijk vorstendom. Vandaag herbergt het complex drie musea over het historische vorstendom, het circuit van Spa-Francorchamps en dichter Guillaume Apollinaire, en zijn de gratis toegankelijke opgravingen van de elfde-eeuwse abdijkerk te bezichtigen.
De Sint-Sebastiaanskerk van Stavelot werd gebouwd in 1750–1754 en staat op de erfgoedlijst van Wallonië. De kerk bewaart het reliekschrijn van Sint-Remacle uit 1268, het enige overblijfsel van de ooit rijke abdijschat, en herbergt verder een gotische doopvont, een achttiende-eeuws orgel van Korfmacher en werk van beeldhouwer Jean del Cour.