Bouvignes-sur-Meuse is een dorp aan de Maas in de provincie Namen, deelgemeente van Dinant sinds 1965. Bouvignes-sur-Meuse ligt op de rechteroever van de Maas, tegenover de citadel van Dinant, en was in de middeleeuwen een zelfstandige en welvarende stad die eeuwenlang in conflict leefde met haar buur aan de overkant van de rivier.
Bouvignes-sur-Meuse
Bouvignes en Dinant: eeuwen van rivaliteit
De rivaliteit tussen Bouvignes en Dinant is een van de kleurrijkste verhalen van de Maasvallei. Bouvignes behoorde tot het graafschap Namen, Dinant tot het prinsbisdom Luik. Die politieke grens, die midden door de Maas liep, was genoeg aanleiding voor een eeuwenlange vete tussen de twee steden. De inwoners van Bouvignes wordt toegeschreven dat ze Karel de Stoute op het idee brachten om de koperslagers van Dinant in de Maas te gooien, een daad die Dinant verwoestte en de stad voor altijd verzwakte. De Dinantezen zouden op hun beurt later de Franse troepen van Hendrik II in de richting van Bouvignes hebben geleid, wat de stad in 1554 haar verwoesting opleverde.
In de twaalfde eeuw stond Bouvignes op het hoogtepunt van haar macht. De Sint-Lambertuskerk, een romaans gebouw van meer dan 55 meter lang met een indrukwekkende vierkante toren, werd in 1217 ingewijd en getuigt van de vroegere omvang en rijkdom van het dorp. De afmetingen van de kerk zijn buitenproportioneel groot voor het huidige dorp: ze zijn een stille herinnering aan een tijd waarin Bouvignes minstens even belangrijk was als Dinant.
Het kasteel van Crèvecœur
Hoog boven het dorp, op een rots tachtig meter boven de Maas, staan de ruïnes van het kasteel van Crèvecœur. De vierkante donjon werd rond 1320 gebouwd als antwoord op de toren van Montorgueil, die de Dinantezen aan de overkant van de rivier hadden opgetrokken. In de veertiende en vijftiende eeuw werd het kasteel meerdere keren uitgebreid en aangepast. Tijdens het Franse beleg van 1554 werd Crèvecœur zwaar beschadigd door artillerie en verloor het zijn militaire functie. Na een gedeeltelijke herbouw in de periode 1567-1580 werd het in 1672 definitief ontmanteld. De ruïnes werden in 1950-1951 gerestaureerd en zijn het hele jaar vrij toegankelijk.
Vanuit de ruïnes heb je een panoramisch uitzicht over de Maasvallei, met Dinant aan de ene en de beboste heuvels aan de andere kant. De site is eigendom van het Waals Gewest.
De legende van de Dames van Crèvecœur
Aan het kasteel kleeft een van de mooiste legendes van de Ardennen. Tijdens het beleg van 1554 zouden drie dames, echtgenotes of verloofdes van de officieren die het kasteel verdedigden, het bevel over de toren hebben overgenomen toen de mannelijke verdedigers sneuvelden. Ze moedigden de overgebleven verdedigers aan en hielden stand zolang het kon. Toen de munitie op was en de weerstand stopte, trokken de drie dames lange witte gewaden aan, klommen op de borstwering en sprongen hand in hand naar beneden, liever dood dan gevangen. Het verhaal gaf het kasteel zijn naam: Crèvecœur betekent gebroken hart.
Het Spaanse Huis en het Museum
Op het kleine dorpsplein van Bouvignes staat het Maison du patrimoine médiéval mosan, beter bekend als het Spaanse Huis. Het gebouw dateert van het Spaanse bewind en is herkenbaar aan de zeventiende-eeuwse frontons en de Brabantse voluten op de gevel. Het museum binnenin vertelt het verhaal van de Maasvallei door de eeuwen heen: van de eerste nederzettingen aan de rivier tot de bloei van de middeleeuwse ambachten. De Maas was de levensader van de regio en laat zich in het museum als een open boek lezen.
In en rondom Bouvignes-sur-Meuse
Dinant ligt direct tegenover Bouvignes-sur-Meuse aan de andere oever van de Maas en was eeuwenlang de grote rivaal van het dorp. De citadel van Dinant biedt een spectaculair uitzicht over Bouvignes en de kasteelruïnes van Crèvecœur. Dinant is ook de geboorteplaats van Adolphe Sax, de uitvinder van de saxofoon.
Yvoir ligt op circa tien kilometer van Bouvignes-sur-Meuse stroomopwaarts langs de Maas en is het vertrekpunt van de wandeling langs de drie kastelen van de Maasvallei, die ook langs de ruïnes van Crèvecœur voert. Het dorp heeft een eigen treinstation en is een populaire uitvalsbasis voor kajakkers.