Dinantse koek, in het Frans couque de Dinant, hoort bij de bekendste streekproducten van Dinant. De koek wordt gemaakt van honing en tarwebloem en staat bekend om zijn harde structuur. In de stad wordt hij al lange tijd in allerlei vormen verkocht, vaak met reliëfs van dieren, heiligen, wapens of stadsgezichten. De klassieke koek wordt in houten vormen gedrukt en daarna heet gebakken. Door het karamelliseren van de honing wordt de koek hard en blijft hij lang houdbaar.
Dinantse koek
Aan de oorsprong van de Dinantse koek hangt een hardnekkige legende. Volgens dat verhaal ontstond de koek na de verwoesting van Dinant in 1466, toen meel en honing de enige overgebleven ingrediënten waren. Zeker is dat niet. Bronnen houden er rekening mee dat de koek pas later op grotere schaal in Dinant opdook. Vast staat wel dat de koek al lang bij de stad hoort en dat de houten vormen met afdrukken een belangrijk deel van de traditie zijn. De koek is zo hard dat hij meestal niet in grote happen wordt gegeten. Vaak breek je er kleine stukjes af of laat je hem zachter worden in de mond. Rond Sinterklaas en in de wintermaanden ligt hij in België op veel meer plaatsen in de winkels.
Recept
Voor een klassieke Dinantse koek gebruik je gelijke delen honing en tarwebloem. Neem bijvoorbeeld 250 gram honing en 250 gram bloem. Verwarm de honing zachtjes tot hij vloeibaar is en kneed daar de bloem door tot een stevige, compacte massa. Rol of druk het deeg in een houten vorm of vorm er platte koeken van. Leg de koek op een bakplaat en bak hem ongeveer 15 minuten in een zeer hete oven van rond 300 graden, tot de honing karamelliseert. Laat de koek daarna volledig afkoelen. Dan hardt hij uit. De traditionele versie bevat verder geen water, boter, gist of eieren. Wie thuis een iets minder harde versie wil maken, voegt soms wat suiker toe, maar dat wijkt af van de klassieke Dinantse koek.