Sluiten

Chocolade-bierpairing bij Les Chocolats d’Édouard

Gepubliceerd op 14 mei 2014 / Geschreven door Jeroen Eckhardt

Wie bij Les Chocolats d’Édouard aan tafel gaat proeven, merkt al snel dat de zaak meer doet dan koffie met een praline. In Florenville worden ook chocolade-bierpairings aangeboden: je proeft een bonbon of stukje chocolade en zet daar een bier naast om te kijken wat er gebeurt met bitterheid, zuur, fruit en cacao. Het werkt vooral goed omdat chocolade niet alleen zoet is. Pure chocolade heeft bitterheid, melkchocolade heeft romigheid en praliné heeft vet en noten. Bier kan daar precies tegenaan werken: met hopbitterheid, geroosterde tonen of juist frisse zuren.

De bekendste combinatie ligt voor de hand en is ook het meest logisch in de Gaume: Orval met een Orval-bonbon. Orval heeft een droge bitterheid en een lichte, kruidige gisttoon. In chocolade werkt dat goed wanneer de vulling iets ronds heeft, bijvoorbeeld karamel of praliné, zodat het bier niet “hard” overkomt. De Orval-praline van Édouard is precies op dat spanningsveld gebouwd: bierbitterheid tegenover cacao en vulling.

Een tweede combinatie die vaak goed uitpakt, is kersenbier met kersenbonbons. Denk aan een kriekachtige stijl: friszuur, rood fruit, en een lichte zoetheid. Een bonbon met kers (of kers/kirsch) sluit daar logisch op aan, zeker in pure chocolade. De zuurtegraad in het bier haalt het fruit omhoog en snijdt door het vet van de chocolade heen. Daardoor proef je minder plakkerig zoet en meer fruit.

Chocolade-bierpairing bij Les Chocolats d’Édouard in Florenville alles over de Ardennen

Voor wie van pure chocolade houdt, werkt een stout of porter bijna altijd. De geroosterde mouttonen liggen dicht bij cacao: koffie, toast, soms wat drop. Zet dat naast een pure ganache (70% of hoger) en je krijgt vooral die roostertonen en bitterheid netjes in balans. Dit is ook een combinatie waarbij je meteen merkt waarom “donker bier” niet automatisch zwaar hoeft te zijn: het gaat om smaakrichting, niet om kleur.

Een andere veilige match is tripel met praliné of hazelnoot. Tripels hebben vaak een zachte zoetheid, kruidigheid en hoger alcoholpercentage. Praliné is vetter en nootachtig. Samen geeft dat een ronde combinatie, zonder dat je een scherpe bitterheid nodig hebt. Dit werkt vooral goed als de chocolade niet te puur is.

Tot slot: bij chocolade met citrus of frisse vullingen (denk aan sinaas, yuzu of lichte fruitganache) past vaak beter een geuze/lambiek of een saison dan een zwaar blond bier. Zuur en frisse gisttonen houden het geheel strak en voorkomen dat het “suiker op suiker” wordt.

Wie zo’n pairing bij Édouard doet, merkt vooral één ding: goede combinaties zijn niet per se de extreemste. Het zijn meestal combinaties die elkaar corrigeren: bitter tegen zoet, zuur tegen vet, getoast tegen cacao. Dat maakt dit type proeverij in Florenville interessant.