De Gaume is het zuidelijkste deel van de Belgische provincie Luxemburg, direct grenzend aan Frankrijk. De streek ziet er anders uit dan de rest van de Ardennen: de huizen zijn er van gele kalksteen, de daken liggen laag en zijn bedekt met ronde pannentegels. In dit landschap hebben de dorpjes een bijzonder erfgoed bewaard dat elders grotendeels verdwenen is: de wasplaats, in het Frans lavoir.
De meeste wasplaatsen in de Gaume dateren uit het laatste kwart van de negentiende eeuw, toen gemeentebesturen openbare hygiënevoorzieningen aanlegden. Een wasplaats was een gemeenschapsgebouw, betaald door het dorp en soms deels gefinancierd door bewoners die materialen of arbeid inbrachten. Ze werden gebouwd van kalk- of arduinsteen, overdekt met een houten kapgebinte en gevoed door een bron of een beekje dat soms rechtstreeks door het gebouw stroomde. Veel wasplaatsen combineerden een waskuip voor linnen met een drinkbak voor vee en een fonteintje voor de buurt. Ze waren ook een ontmoetingsplek: vrouwen uit het dorp kwamen er dagelijks samen om te wassen en nieuws uit te wisselen.