In de Ardennen komt bijna iedereen met de auto, en dat is te zien op de parkeerplaatsen bij de bekende startpunten. Toch lopen er drie spoorlijnen dwars door het zuiden van het gebied, met kleine stations in dorpen waar verder weinig verkeer komt. Tussen die stations liggen zestien wandelroutes die bij een perron beginnen en bij een ander perron eindigen. Je stapt uit, je loopt een dag of een paar dagen, en aan het eind stap je weer op de trein.
De routes komen uit Train et Sac à dos, een project van vier natuurparken en streekorganisaties in de provincies Luxemburg en Namen. Ze lopen door de Famenne, de Ardennen en de Gaume, drie streken die aan elkaar grenzen maar er heel verschillend uitzien. De kortste etappe is 13 kilometer en past in een ochtend, de langste 62 kilometer en is bedoeld als meerdaagse tocht met overnachtingen onderweg. Hieronder staat welke etappes er liggen, welke bij welke wandelaar past en waar je op moet letten als je zonder auto gaat.