De Ardennen liggen in het zuidoosten van België en lopen door in het noorden van Luxemburg, het noordoosten van Frankrijk en, als Eifel, in Duitsland. Het Belgische deel beslaat het grootste deel van de provincies Luik, Namen en Luxemburg, met een klein stukje in Henegouwen. Het gebied is geen provincie en geen gemeente, maar een landschap: een oud plateau van bossen, hoogvlakten en diep ingesneden rivierdalen. Wie vanuit Nederland of Vlaanderen naar het zuiden rijdt, merkt de overgang kort na de lijn Samber-Maas: de wegen gaan klimmen, de akkers maken plaats voor bos en de dorpen liggen in de dalen in plaats van op de vlakte.
Waar liggen de Ardennen?
In welke landen en provincies
Het grootste deel van de Ardennen ligt in België, in de provincie Luxemburg en in het zuiden van de provincies Namen en Luik. De provinciehoofdstad van Luxemburg is Arlon, de kleinste provinciehoofdstad van het land; Namen is de hoofdstad van Wallonië en van de provincie Namen. In Luxemburg heet het Ardense deel de Éislek, in het Duits Ösling, en dat is het hele noorden van het groothertogdom. In Frankrijk gaat het om het departement Ardennes met Charleville-Mézières als hoofdplaats. Aan de oostkant loopt hetzelfde massief zonder onderbreking door in de Duitse Eifel.
Hoe groot het gebied is en waar het begint
De Ardennen beslaan ongeveer 11.200 vierkante kilometer. In het noorden en westen vormen de dalen van de Samber en de Maas de grens. Daartussen liggen de overgangsstreken: de Condroz met zijn afwisseling van ruggen en laagtes, en de Famenne, de langgerekte laagte die samen met de Fagne de noordrand vormt. In het zuiden gaat het plateau over in de Gaume, dat lager ligt en landschappelijk bij Lotharingen hoort. De rivieren snijden het plateau in stukken: de Ourthe, de Amblève, de Semois en de Lesse hebben allemaal een diep dal uitgeslepen.
Het hoogste punt: Signal de Botrange
Het hoogste punt van de Ardennen en van België is het Signal de Botrange, met 694 meter. Het ligt op het plateau van de Hoge Venen in de gemeente Waimes, aan de weg tussen Eupen en Malmedy. Omdat het hoogste punt van het land net geen zevenhonderd meter haalde, werd er in 1923 een trap op gebouwd; wie de toren beklimt staat wel op zevenhonderd meter. De rest van het plateau ligt een stuk lager: de meeste Ardense hoogvlakten schommelen tussen de driehonderd en vijfhonderd meter.
Waar de naam Ardennen vandaan komt
De Romeinen noemden het gebied Arduenna Silva, het hoge woud. Die naam gaat terug op een Keltische stam die hoogte aanduidt, ardu-, en dat is precies wat het gebied van de vlakte in het noorden onderscheidt. Het woud was in de Romeinse tijd zo uitgestrekt dat het eeuwenlang als grens en als schuilplaats gold; vanaf 57 voor Christus hoorde het bij het Romeinse Rijk. In de geschiedenis van de Ardennen is die ligging de rode draad: wie van de Noordzee naar het zuiden van Europa trok, moest erdoor of eromheen.
Welke taal er wordt gesproken
In het grootste deel van de Ardennen is Frans de voertaal. In het oosten van de provincie Luik ligt de Duitstalige Gemeenschap, met Eupen als hoofdplaats en Sankt Vith als tweede centrum; daar is Duits de officiële taal en staan de borden in het Duits. In het Groothertogdom wordt Luxemburgs gesproken naast Frans en Duits. In de toeristische plaatsen is Nederlands vaak geen probleem, maar in de kleinere dorpen en bij de bakker is een paar woorden Frans handig.
De Ardennen in Luxemburg en Frankrijk
Het Luxemburgse deel heet Éislek en beslaat het hele noorden van het groothertogdom, met Clervaux, Vianden en Wiltz als bekendste plaatsen en met twee natuurparken, rond de Our en rond de Boven-Sûre. Het Franse deel is het departement Ardennes, met Charleville-Mézières als hoofdplaats en de Maas als hoofdrivier. Wie een overzicht wil van waar je in het Belgische deel terechtkomt, vindt dat bij de steden en dorpen in de Ardennen.