Sluiten

TreM.a en de schat van Oignies

Het TreM.a staat voluit voor Musée des Arts anciens du Namurois, het museum voor oude kunst van het Naamse. Het zit aan de Rue de Fer 24 in Namen, in de Hôtel de Gaiffier d’Hestroy, een achttiende-eeuws herenhuis tussen een erekoer met kasseien en een tuin. Het museum van de provincie Namen ging op 11 april 1964 open, hetzelfde jaar waarin in ditzelfde huis de eerste zaal over Félicien Rops werd ingericht. Het bekendste onderdeel is de schat van Oignies, een verzameling dertiende-eeuws edelsmeedwerk die tot de zeven wonderen van België wordt gerekend en die hier in bruikleen staat.

De bakstenen gevel met blauwe hardsteen van de Hôtel de Gaiffier d’Hestroy in Namen, waarin het TreM.a is gevestigd, met een bordestrap boven de erekoer met kasseien en een natuurstenen beeld op een sokkel

Het huis van de familie Gaiffier

De naam Gaiffier duikt in Namen op vanaf minstens de dertiende eeuw. De familie werd rijk van de lakennijverheid en de lakenhandel, kwam vanaf de vijftiende eeuw in openbare functies terecht en leverde schepenen, burgemeesters, provincieraadsleden en een gouverneur; in 1635 werd ze door keizer Ferdinand II in de adelstand verheven. Het huis aan de Rue de Fer is sinds de zestiende eeuw verbouwd en verfraaid en kreeg zijn huidige vorm als herenhuis van twee bouwlagen in baksteen en blauwe hardsteen, met de erekoer aan de straatkant en de tuin erachter. In 1768 voegde de Naamse architect en landmeter François-Joseph Beaulieu de omheiningsmuur met het geprofileerde portaal in régencestijl toe, waar bezoekers nu doorheen lopen om binnen te komen; het stucwerk daarvan is in 2003 erkend als uitzonderlijk erfgoed van Wallonië. Mevrouw Paul d’Haese, dochter van gouverneur Paul de Gaiffier d’Hestroy, liet het huis in 1950 na aan de provincie Namen, die er veertien jaar later het museum in opende.

De schat van Oignies

Oignies is een gehucht aan de Samber tussen Namen en Charleroi, en daar werkte in de dertiende eeuw broeder Hugo. Tussen 1228 en 1238 maakte hij met zijn medewerkers het grootste deel van de stukken die nu samen de schat van Oignies vormen, ongeveer vijftig voorwerpen van religieus edelsmeedwerk. Dat een kleine priorij zich zoiets kon veroorloven kwam door één weldoener: Jacques de Vitry, bisschop van Sint-Jan-van-Akko en later kardinaal, die het atelier opdrachten en middelen gaf. Hugo beheerste niëllo, filigraan, ciseleren en drijfwerk en combineerde die technieken op een manier die in zijn tijd nieuw was. Tweeëndertig stukken zijn in 2010 door de Fédération Wallonie-Bruxelles geklasseerd als uitzonderlijk roerend erfgoed. Het bekendste is de reliekhouder van de melk van de Maagd, van kort na 1243, met een zilveren duif waarvan de veren stuk voor stuk zijn geciseleerd en een amethist op de borst. Verder liggen er het fylacterium van de heilige Andreas, de voetreliekhouder van Jacobus de Meerdere, platen van evangelieboeken, altaarkruisen en de sarcofaag van Maria van Oignies.

Hoe de schat de revoluties overleefde

Wat de schat bijzonder maakt is dat hij compleet is gebleven, terwijl de kerkschatten van Stavelot en van de Sint-Aubainkerk in Namen door oorlogen en revoluties zijn verdwenen of verspreid. De oudste inventaris die vrijwel de huidige stukken opsomt dateert van 1648. In 1794, tijdens de Franse Revolutie, metselde de laatste prior de schat in bij een boerengezin van de priorij in Falisolle, waar hij tot 1817 bleef zitten. De reliekhouders met de resten van Maria van Oignies gingen daarna naar de kerk van Nijvel; de rest werd in 1818 toevertrouwd aan de zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Namen. In 1939 brachten die de schat in veiligheid in het Institut Saint-Louis, waardoor hij de verwoesting van hun klooster overleefde. Vanaf 1952 stond hij weer bij de zusters, in een speciaal ingerichte kamer die weleens het kleinste museum ter wereld werd genoemd. Begin 2010 droeg de congregatie de collectie definitief over aan de Koning Boudewijnstichting, die hem bij het TreM.a in bruikleen gaf.

Het Naamse en het Maasland

De rest van het museum is verdeeld over zes onderdelen, en het eerste gaat over het Naamse zelf en zijn ambachten. In de vitrines liggen smeedijzeren sleutels, glaswerk in groen en amber en het gereedschap waarmee de gilden werkten. Namen leefde eeuwenlang van dat soort nijverheid, en de voorwerpen zijn zo uitgestald dat je de opeenvolging van technieken kunt volgen. Een tweede en een derde afdeling gaan over de religieuze kunst van het Maasland. De Maaslandse retabels en de volksdevotie leveren beschilderde luiken in rood en goud op die open en dicht konden, gemaakt voor kerken en kapellen in de streek. Daarnaast staat de beeldhouwkunst uit het Rijn-Maasgebied, de streek tussen de Rijn en de Maas: stenen Mariabeelden en heiligen, hier tegen een diepblauwe wand aangelicht, waarin je de overgang ziet van de stijl rond 1200 naar de gotiek. Een aparte zaal is gewijd aan de meester-beeldhouwer van Waha bij Marche-en-Famenne.

Vijf middeleeuwse smeedijzeren sleutels tegen een rood achterdoek in een vitrine van het TreM.a in Namen
Blauwe museumzaal in het TreM.a in Namen met aangelichte middeleeuwse stenen beelden, waaronder een zittende Maria met kind, en rechts een beschilderd retabel met rood-gouden luiken

Schilderijen uit de oude Nederlanden

De schilderijenzalen tonen pre-Eyckiaans werk uit de oude Nederlanden, dus paneelschilderkunst van voor Jan van Eyck, en werk van Henri Bles, de zestiende-eeuwse landschapsschilder die het museum aan Bouvignes bij Dinant verbindt. In een hoek van die zaal staat een drieluik met een aanbidding van de koningen, met luiken die dicht kunnen, naast een zeegezicht met zeilschepen voor een rotskust met een ommuurd stadje. Bles werkte met kleine figuren in wijde landschappen en verstopte in veel van zijn panelen een uiltje, waaraan zijn werk in Italië werd herkend.

Hoek in het TreM.a in Namen met een zeegezicht met zeilschepen in een vergulde lijst en daarnaast een drieluik met een aanbidding van de koningen

Ligging in Namen

De Rue de Fer is een van de drukste winkelstraten van Namen en het museum zit erachter, achter het poortgebouw, waardoor je er makkelijk langsloopt zonder het te zien. Vanaf de Halle al’Chair aan de Samber is het ongeveer tien minuten lopen. Het belfort en het Museum Félicien Rops liggen in dezelfde oude stad, en de kabelbaan naar de citadel vertrekt aan de andere kant van het centrum. Wie de stad in één dag doet, combineert het museum meestal met de oude stad beneden en de vesting boven.

Praktisch bij je bezoek

  • Open van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 13.00 uur en van 13.30 tot 18.00 uur. Maandag gesloten, net als het derde weekend van september, 24, 25 en 31 december en 1 januari.
  • Een kaartje kost 10 euro vanaf 26 jaar en 5 euro van 18 tot en met 25 jaar. Onder de 18 is de toegang gratis, net als elke eerste zondag van de maand.
  • Een rondleiding van een uur is te boeken voor groepen van tien tot twintig personen, met reservering twee weken vooraf.
  • Het adres is Rue de Fer 24; de ingang ligt achter het poortgebouw aan de erekoer.

In en rondom Namen

Panorama over Namen met de daken en de rivier

Namen

Namen is de hoofdstad van Wallonië en ligt op de plek waar de Samber in de Maas stroomt. De oude binnenstad ligt tussen de twee rivieren, met de citadel op de rots erboven. Het hotel Les Tanneurs staat midden in dat oude centrum.

Lees verder
Zaal van het Musée Félicien Rops in Namen met roze geplooide wandbekleding en een oranje paneel, links een ingelijste prent in een brede passe-partout en rechts twee kleine landschapsschilderijen in verguld lijstwerk

Museum Félicien Rops

Het Musée Félicien Rops aan de Rue Fumal is volledig gewijd aan de tekenaar en graficus die in 1833 in Namen werd geboren. Naast de beruchte prenten hangen er landschappen, portretten en karikaturen, en achter het museum ligt een tuin die naar zijn eigen beschrijvingen is aangelegd.

Lees verder
Het Koninklijk Theater van Namen in lichte zandsteen, met houten bloembakken en bolbomen op het plein ervoor

Koninklijk Theater van Namen

Het Koninklijk Theater van Namen staat aan de Place du Théâtre en werd in 1868 gebouwd, nadat het vorige theater binnen acht jaar drie keer was afgebrand. De zaal in Italiaanse hoefijzervorm heeft vier lagen balkons, een beschilderde koepel en ongeveer 800 plaatsen.

Lees verder
Uitzicht vanaf de citadel van Namen over de stad en de Maas

Citadel van Namen

De citadel van Namen staat op een rotsrichel van 100 meter boven de samenvloeiing van Samber en Maas. Het complex van 80 hectare heeft een tweeduizend jaar oude militaire geschiedenis en telt vier kilometer ondergrondse gangen waarvan één kilometer toegankelijk is. Vanuit het stadscentrum brengt een kabelbaan je naar boven.

Lees verder