De Sint-Loupskerk staat aan de Rue du Collège, een smalle zijstraat in het centrum van Namen. Van buiten valt ze bijna weg tussen de huizen. Je moet je hoofd in je nek leggen om de hele gevel te zien. Binnen is het een ander gebouw. De jezuïeten lieten de kerk optrekken tussen 1621 en 1641. Het gewelf is helemaal uit zandsteen gehakt. De zuilen zijn van rode en zwarte steen. Charles Baudelaire kwam hier in 1866 kijken en noteerde de woorden “merveille sinistre et galante”. Victor Hugo noemde het gebouw het meesterwerk van de jezuïetenarchitectuur.
De Sint-Loupskerk in Namen
Gebouwd voor de jezuïeten
De jezuïeten hadden in Namen een college, en daar hoorde een kerk bij. Voor het ontwerp namen ze een eigen ordebroeder: Pieter Huyssens. Hij gold als een van de bouwmeesters van de Vlaamse barok. Zijn voorbeeld was de Gesù in Rome, de moederkerk van de orde. De eerste steen ging in 1621 de grond in. Het plan was een kerk met drie beuken van zes traveeën. Het koor is halfrond afgesloten. De bouw liep telkens vast op geldgebrek. Pas in 1641 stond het gebouw overeind. Bisschop Englebert des Bois wijdde de kerk in 1645. Ze heette toen nog Saint-Ignace, naar de stichter van de orde. Het werk aan de inrichting ging daarna nog ruim dertig jaar door. Rond 1677 was het meubilair klaar. De gevel die je nu ziet is in de negentiende eeuw hersteld. Tussen 1864 en 1867 werd er witte steen uit de Oise in verwerkt. De gevel telt drie geledingen. In de nissen staan houten beelden van twee jezuïeten, Franciscus Xaverius en Franciscus Borgia. De zuilen ervoor zijn in brede ringen gehakt, waardoor ze van onderaf op gestapelde trommels lijken.
Het gewelf van zandsteen
Het gewelf is het onderdeel waar bezoekers voor komen. Het is helemaal uit tuffeau gehakt, een blonde zandsteen die waarschijnlijk uit de streek van Maastricht komt en over het water werd aangevoerd. Die steen is licht en zacht genoeg om in te beeldhouwen. Dat is dan ook gebeurd, over de volle lengte van de kerk. Het snijwerk volgt de kwabstijl, met golvende vormen die aan kraakbeen doen denken. Daartussen zitten vruchten, groenten en bladeren. Onder dat blonde gewelf staan zuilen van rode en zwarte steen met ionische kapitelen. Het zwart komt uit Mazy, waarschijnlijk uit de groeve van Golzinne vlak bij Namen. Het roodgevlamde gesteente komt mogelijk uit Rance of uit Rochefort. Geologen noemen die stenen trouwens geen marmer, maar kalksteen die je kunt polijsten. Het kleurverschil tussen de vloer, de zuilen en het gewelf bepaalt het hele interieur.
Hoe de kerk aan haar naam kwam
In 1773 hief de paus de jezuïetenorde op. De kerk kwam daardoor zonder eigenaar te zitten. Namen had op dat moment een parochiekerk die Saint-Loup heette en die er slecht aan toe was. Die kerk werd afgebroken. In 1777 verhuisde de naam mee naar de oude jezuïetenkerk. Sindsdien heet dit gebouw Saint-Loup, of in het Nederlands de Sint-Loupskerk. De heilige achter die naam is Lupus van Troyes, een bisschop die in 478 stierf. Met de jezuïeten heeft hij niets te maken. Het gebouw staat sinds januari 1936 op de lijst van beschermde monumenten.
Het meubilair
Langs de zijbeuken staan tien biechtstoelen van eikenhout. Ze zijn in de zeventiende en achttiende eeuw gesneden. Elke kast heeft gedraaide zuiltjes, engelenkoppen en opengewerkt traliewerk. Bij de restauratie zijn ze een voor een uit de kerk gehaald en daarna teruggezet. Het hoogaltaar is van beschilderd hout en dateert uit 1656. Het is opgebouwd als een zwarte portiek met een crucifix in het midden. Daaronder staat een verguld tabernakel. Bovenop staat een beeld van een bisschop met mijter en staf. De preekstoel is van de beeldhouwer Benjamin Devigne en komt uit het laatste kwart van de negentiende eeuw. Aan de muren hangt werk van Jacques Nicolaï, een jezuïet die bij Rubens in de leer is geweest. Van Guillaume Coquelet zijn de marmeren beelden van Petrus en Paulus. De kerk heeft twee orgels. Die worden sinds 2016 gerestaureerd en herbouwd, het ene naar Duits barok voorbeeld en het andere naar Frans. Wallonië maakte daar 874.846 euro voor vrij.
Baudelaire in de Sint-Loup
Charles Baudelaire reisde in 1866 door België en kwam in Namen bij de Sint-Loupskerk terecht. In zijn aantekeningen staat de omschrijving die sindsdien aan het gebouw blijft kleven: “merveille sinistre et galante”. Elders in diezelfde notities noemt hij het interieur een verschrikkelijke en heerlijke katafalk. Tijdens dat bezoek werd hij onwel en zakte hij in elkaar. Het was het begin van de ziekte waaraan hij het jaar daarop overleed. Victor Hugo had het gebouw toen al het meesterwerk van de jezuïetenarchitectuur genoemd.
Dertig jaar restauratie
Aan het gebouw wordt sinds 1979 gerestaureerd. De opdracht ging achtereenvolgens naar de architecten Jean Lalière, Francis Bonaert en Baudouin Libbrecht. Het Luikse bedrijf Foulon voerde het werk uit. Eerst kwamen de gewelven van tuffeau aan de beurt. Daarna volgden het marmer, het voegwerk en het schilderwerk dat marmer nabootst. Ook de barokke inrichting is aangepakt, net als het stucwerk en de lambrisering in de sacristie. De schilderijen en de beelden zijn schoongemaakt. Het werk heeft ruim dertig jaar geduurd, en de orgels zijn nog aan de gang. De kerk is in al die jaren nooit aan de eredienst onttrokken. Sinds de heropening worden er weer concerten, lezingen en tentoonstellingen gehouden. In 2015 stond de kerk vol werk van Jan Fabre, als onderdeel van de tentoonstelling Facing Time die het Rops-museum over de hele stad uitzette.
Praktisch bij je bezoek
- Adres: Rue du Collège 17, ongeveer tien minuten lopen vanaf het station van Namen.
- De glazen voorhal is van dinsdag tot en met vrijdag open van 10.00 tot 16.00 uur.
- De kerk zelf is op zaterdag open, vanaf maart van 11.00 tot 17.00 uur en in januari en februari tot 16.00 uur.
- Elke zaterdag om 15.00 uur is er een rondleiding.
- Groepen betalen 3 euro per persoon, met een minimum van 40 euro.
- Op zondag is er om 10.30 uur een mis.