Het openbaar vervoer in de Ardennen bestaat voornamelijk uit trein en bus. De grotere plaatsen zijn per trein bereikbaar; kleinere dorpen zijn aangesloten op het busnetwerk van TEC. De frequentie van zowel trein als bus is merkbaar lager dan in Nederland, zeker in de avonduren en in het weekend. Met enige planning en geduld is de regio echter goed te doorkruisen zonder auto. Actuele dienstregelingen zijn te raadplegen via de websites van de NMBS en TEC.
Openbaar vervoer in de Ardennen
Trein
Het treinverkeer in de Ardennen en de rest van Wallonië wordt verzorgd door de NMBS (Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen). Veel toeristische bestemmingen in de regio zijn per trein bereikbaar. Vanuit Nederland reis je doorgaans via Antwerpen of Maastricht richting de Ardennen. Het meest gebruikte overstapstation is Luik-Guillemins, een architectonisch opvallend station ontworpen door Santiago Calatrava. Vanaf Luik vertrekken lokale lijnen naar de rest van de Ardennen.
Op de kleinere stations rijdt doorgaans één trein per uur. Het is verstandig de aankomsttijden vooraf te controleren om onnodige wachttijden te vermijden. Op kleine stations is soms geen kaartautomaat aanwezig; wie zonder geldig ticket instapt, betaalt een toeslag. Treinkaartjes zijn te kopen via belgiantrain.be, de NMBS-app of bij NS Internationaal.
Tussen de kleine stations op de lijnen 162, 165 en 166 zijn zestien wandelroutes uitgezet die bij het ene perron beginnen en bij het volgende eindigen. Ze lopen door de Famenne, de Ardennen en de Gaume, en de kortste is 13 kilometer. Het volledige overzicht staat op de pagina over wandelen van station naar station in de Ardennen.
De belangrijkste stations voor toeristen in de Ardennen zijn te vinden in: Namen, Ciney, Dinant, Luik, Eupen, Verviers, Spa, Pepinster, Trois-Ponts, Vielsalm, Coo, Aywaille, Hamoir, Barvaux, Libramont, Bertrix, Bastogne, Arlon, Florenville, Saint-Hubert, Theux en Yvoir.
De meeste stationsgebouwen in de Ardennen zijn klein en functioneel. Een uitzondering vormt het station van Verviers, een historisch gebouw, en het eerdergenoemde Luik-Guillemins. Het station van Namen combineert een oud gebouw met een moderne inrichting.
Toeristische treinen
In de Ardennen rijden drie toeristische spoorlijnen die losstaan van het reguliere NMBS-netwerk.
De Stoomtrein der Drie Valleien (CFV3V) verbindt de stations van Mariembourg en Treignes over een afstand van 14 kilometer. De lijn loopt door de dorpen Nismes, Olloy-sur-Viroin en Vierves, door het Natuurpark Viroin-Hermeton. Er rijden stoomlocomotieven, dieselmotorrijtuigen en treinstellen uit de jaren vijftig. In Treignes is een spoorwegmuseum gevestigd met een uitgebreide collectie rollend materieel. De trein rijdt op vaste dagen gedurende het seizoen en organiseert meerdere themadagen per jaar, waaronder een stoomfestival in september.
Meer informatie via cfv3v.eu.
De Chemin de Fer du Bocq is een toeristische spoorlijn tussen Spontin en Ciney, die de vallei van de Bocq doorkruist. De lijn telt drie tunnels en vijf viaducten en werd oorspronkelijk aangelegd tussen 1890 en 1907. Afhankelijk van het seizoen rijden er historische motorrijtuigen of een stoomlocomotief. De rit duurt ruim anderhalf uur. Op bepaalde dagen worden ook gastronomische treinreizen en wandelcombinaties aangeboden.
Meer informatie via cfbocq.be.
De Toeristische Tram van de Aisne (TTA) vertrekt vanuit Érezée en rijdt langs de rivier de Aisne door de provincie Luxemburg. De lijn is de oudste en langste toeristische tramlijn van de provincie en loopt van Érezée via Forge-à-la-Plez en Amonines tot Lamorménil. Er rijden antieke trams, waarvan sommige meer dan honderd jaar oud zijn. De kortste rit naar Forge-à-la-Plez duurt ongeveer een uur heen en terug; de volledige rit naar Lamorménil duurt circa twee uur. Bij het vertrekstation in Érezée is een museum, een cafetaria met lokale producten en een speeltuin aanwezig. De tram rijdt seizoensgebonden vanaf april. Reserveren wordt aangeraden vanwege de beperkte capaciteit.
Meer informatie via tta.be.
Bus
Het busvervoer in Wallonië wordt verzorgd door TEC (Transport En Commun), onderdeel van de Opérateur de Transport de Wallonie. TEC rijdt met bussen door de gehele regio, aangevuld met trams in Charleroi en een tramlijn in Luik. Kleine dorpen en gehuchten zijn per bus bereikbaar, maar de frequentie is laag: op sommige lijnen rijden bussen slechts enkele keren per dag, en in het weekend en tijdens schoolvakanties nog minder.
Tickets zijn te kopen via de TEC-app, de webshop van TEC, of aan boord van de bus (met een kleine toeslag). Betalen met bankpas is steeds vaker mogelijk. Actuele tijden en lijnen zijn te vinden op letec.be; de website is voornamelijk in het Frans.
Tram en metro
In Luik rijdt sinds de heropening van de tramlijn een moderne tram door de stad. Deze verbindt het treinstation Luik-Guillemins met het stadscentrum en is ook bruikbaar voor een bezoek aan de kerstmarkt of andere evenementen in de stad. In het verleden reden er ook trams in Namen en Verviers, maar die zijn in de vorige eeuw opgeheven. Een proefproject met een metro in Luik werd eveneens stopgezet; de tunnel ligt er verlaten bij.
Kabelbanen en kabelspoorbaan
In de Ardennen en omgeving liggen drie toeristische kabelbanen en een kabelspoorbaan. Een daarvan, die van Dinant, is buiten dienst en wordt vervangen.
De kabelbaan van Dinant bracht bezoekers van de stadszijde omhoog naar de citadel, in een tocht van ongeveer dertig seconden. Sinds eind oktober 2025 ligt hij stil. De installatie uit 1956 haalt de Europese veiligheidsnormen niet meer en wordt vervangen door een nieuwe kabelbaan, die op zijn vroegst in 2028 opent. De citadel blijft bereikbaar via de trap van 408 treden en met de auto.
De kabelbaan van Hoei verbindt de Maasoever bij winkelcentrum Batta met het Fort van Hoei en vervolgens met het plateau van La Sarte. De totale afstand heen en terug bedraagt 3000 meter. De cabines bieden plaats aan vijftien personen en zijn toegankelijk voor mensen met een beperking en voor fietsen. De kabelbaan werd in 1957 geopend, raakte in 2012 zwaar beschadigd door een helikopterongeluk en werd na uitgebreide herstelwerkzaamheden heropend. Het seizoen loopt van mei tot november.
In Namen is eveneens een kabelbaan aanwezig die het centrum verbindt met de citadel.
De kabelspoorbaan van Spa is de enige funiculaire van België en wordt uitgebaat door TEC. De baan verbindt het Parc de Sept Heures in het stadscentrum met de Thermen op het plateau Annette et Lubin, en overbrugt een hoogteverschil van honderd meter. De kabelspoorbaan werd geopend in 2004. Een ritje is beschikbaar met een gewoon TEC-ticket.
De kabelbaan van Namen verbindt het stadscentrum met de esplanade van de Citadel, op ongeveer zeven minuten rijtijd. De baan vertrekt nabij de Maasbrug en stijgt omhoog naar de Citadel, van waaruit je een wijd uitzicht hebt over de samenvloeiing van de Maas en de Samber. De kabelbaan rijdt het hele jaar door en is ook met de Wallonia Pass te gebruiken.