Namen (Frans: Namur, Waals: Nameur) is een stad in de provincie Namen, gelegen op de plek waar de Samber in de Maas uitmondt, 65 kilometer ten zuiden van Brussel. De stad telt ruim 114.000 inwoners. Namen is de hoofdstad van zowel de provincie Namen als van het Waals Gewest; het Waals Parlement en de Waalse Regering zetelen er. In de deelgemeente Jambes bevinden zich de ambtswoning van de minister-president en andere Waalse instellingen. De Université de Namur (UNamur) geeft de stad een universitair karakter. Namen ligt op het grensgebied van Haspengouw, de Condroz en de Ardennen, waardoor het historisch een functie had als verzorgingscentrum voor een uitgestrekt achterland.
Namen
Geschiedenis
De vroegste menselijke sporen bij Namen, gevonden op de samenvloeiing Le Grognon, dateren uit de steentijd. In de Gallo-Romeinse periode was er een nederzetting. De middeleeuwse stad groeide rond het graafschap Namen, dat zijn macht ontleende aan de strategische ligging op de splitsing van de twee rivieren. In de elfde en twaalfde eeuw werd de stad uitgebreid langs de linkeroever van de Samber en ommuurd. In 1421 stierf de mannelijke lijn van de graven van Namen uit; de stad werd verkocht aan Filips de Goede van Bourgondië. Daarna was Namen gedurende meer dan drie eeuwen een pion in het Europese machtsspel: de stad wisselde van de Bourgondiërs via de Habsburgers naar de Spanjaarden, de Fransen en uiteindelijk de Oostenrijkers. Lodewijk XIV liet de stad belegeren en veroverde haar in 1692; twee jaar later heroverde Willem III van Oranje de stad. Vauban, de beroemde ingenieur van Lodewijk XIV, versterkte de citadel. In de negentiende eeuw werd Namen onderdeel van het pas onafhankelijke België. In 1978 bereikten de burgemeesters van de vier grootste Waalse steden een akkoord om Namen tot hoofdstad van Wallonië te maken; officieel werd dit in 1986 vastgelegd. Pas in 2010 werd decretaal bepaald dat Namen de enige vestigingsplaats is van het Waalse Parlement en de Waalse regering.
Het historische centrum
Het stadscentrum bevindt zich op de linkeroever van de Samber. De voornaamste ontmoetingsplaats is de Place d’Armes, een druk plein met terrassen, winkels en het voormalige beursgebouw in Renaissance-Lodewijk XIII-stijl, dat nu als congrescentrum dienstdoet. Voor dat gebouw staan de bronzen beelden van Djoseph en Françwès, twee stripfiguren uit de Naamse krant die hun slakken uitlaten. Rondom het plein lopen autovrije winkelstraten met panden uit de zeventiende en achttiende eeuw, afgewisseld met art-decobouwwerken en negentiende-eeuwse neoclassicistische gebouwen. Het Belfort van Namen maakt deel uit van de UNESCO-werelderfgoedlijst van belforten in België en Frankrijk. De markt op het Place d’Armes herbergt op het midden van het plein het Perron, een fontein die historisch symbool staat voor de vrijheid en rechten van de stad. Achter het stadhuis ligt de Jardin du Maïeur. Daar is op de zuidgevel de Fresque des Wallons geschilderd, een trompe-l’oeil van 330 vierkante meter met ongeveer 250 bekende Walen erop. In december staat op de Place d’Armes en de Place de l’Ange de kerstmarkt van Namen, met een schaatsbaan en een reuzenrad.
De Sint-Albanuskathedraal en de Sint-Loupskerk
De Sint-Albanuskathedraal, gewijd aan de heilige Albanus, staat aan de Place Saint-Aubain en werd tussen 1751 en 1767 herbouwd naar een ontwerp van de Italiaanse architect Gaetano Pisoni. Met koepel en lantaarn komt het gebouw op zo’n zeventig meter; de klokkentoren ernaast is het enige dat van de middeleeuwse collegiale over is. Sinds januari 2026 is de kathedraal een restauratiewerf en de werken lopen door tot 2033. Aan de Place du Chapitre zit het diocesaan museum met de schatkamer van de kathedraal, met Maaslands goudsmeedwerk, reliekhouders, ivoor en oude handschriften. Op korte afstand staat de Sint-Loupskerk, tussen 1621 en 1641 gebouwd in opdracht van de jezuïeten. Het gewelf is helemaal uit blonde zandsteen gehakt en de zuilen zijn van rode en zwarte steen. Er staan tien eikenhouten biechtstoelen uit de zeventiende en achttiende eeuw. De kerk is op zaterdagmiddag open en er is dan een rondleiding.
De Citadel
De citadel domineert de stad vanaf een rots van circa 100 meter boven de samenvloeiing van Samber en Maas. De versterking begon als een middeleeuwse burcht van de graven van Namen en werd door de eeuwen heen uitgebreid. Vauban gaf de citadel haar huidige Europese vestingvorm aan het einde van de zeventiende eeuw. Met een oppervlakte van 80 hectare behoorde ze tot de grootste vestingen van Europa. Het complex telt zeven kilometer ondergrondse gangen, het grootste netwerk van dit type dat in België toegankelijk is voor bezoekers. Rondleidingen door de gangen duren anderhalf uur; in het zomerseizoen worden klank-en-lichtshows georganiseerd.
Bovenop de citadel staat het bezoekerscentrum Terra Nova met een permanent museum over de geschiedenis van de stad en de vesting, van de prehistorie tot de Tweede Wereldoorlog. Een toeristisch treintje rijdt over het complex en biedt uitzichten over de stad en de twee rivieren. Verder zijn er het parfumerij-atelier van Guy Delforge, gevestigd in de voormalige ondergrondse bunkers van Karel V, een recreatiepark, een botanische tuin en een restaurant in de oude Napoleontische kazerne. Sinds mei 2021 verbindt een kabelbaan het stadscentrum met de citadel.
Musea
Het TreM.a, voluit het Musée des Arts anciens du Namurois, bewaart aan de Rue de Fer een uitgebreide collectie Maaslandse kunst in een achttiende-eeuws herenhuis. Daar staat sinds 2010 ook de schat van Oignies, het dertiende-eeuwse edelsmeedwerk van broeder Hugo dat tot dat jaar bij de zusters van Onze-Lieve-Vrouw werd bewaard. Het Museum Félicien Rops aan de Rue Fumal is gewijd aan de negentiende-eeuwse Naamse tekenaar en graficus, bekend om zijn symbolistische en provocerende prenten. De Halle al’Chair, de zestiende-eeuwse vleeshal aan de Samber, was van 1856 tot 2018 het Archeologisch Museum van Namen. Die collectie is sinds september 2024 te zien bij Les Bateliers aan de Rue Joseph Saintraint; in de gerestaureerde hal zit nu het toeristenbureau van de stad.
Universiteitsstad
De Université de Namur, opgericht door jezuïeten in 1831, telt ruim 7000 studenten en werkt nauw samen met andere Belgische universiteiten. De studentenpopulatie bepaalt mede het karakter van de binnenstad: meerdere kroegen en goedkope restaurantjes zijn in het centrum te vinden. In de zomermaanden organiseert de stad een groot aantal festivals en evenementen, waaronder een internationaal festival voor Franstalige film, muziekfestivals en folkloreevenementen. Aan de Maasoever verrijst in de zomer een stadsstrand met goedgekeurd zwemwater.
In Namen worden stadswandelingen met een lokale gids aangeboden, van een uur tot twee uur. Die zijn vooraf online te reserveren.
Overnachten
Namen heeft een ruim hotelaanbod in en rond het centrum. Het bekendste adres is Les Tanneurs, gevestigd in een reeks gerestaureerde panden in de oude leerlooierswijk aan de voet van de citadel. Op de eigen pagina staan de kamertypes, de ligging en de actuele beschikbaarheid.
In en rondom Namen
De citadel van Namen staat op een rotsrichel van 100 meter boven de samenvloeiing van Samber en Maas. Het complex van 80 hectare heeft een tweeduizend jaar oude militaire geschiedenis en telt vier kilometer ondergrondse gangen waarvan één kilometer toegankelijk is. Het bezoekerscentrum Terra Nova, het toeristentreintje en een kabelbaan vanuit het stadscentrum maken het complex toegankelijk.
Profondeville ligt aan de Maas tussen Namen en Dinant, met woonwijken die tegen de helling omhoog lopen. Langs het water loopt het jaagpad, iets hogerop kom je meteen tussen bosranden. Bij het dorp liggen uitzichtpunten zoals Les 7 Meuses, met zicht over de rivierbochten richting Rivière en Godinne.