Sluiten

Halle al’Chair

De Halle al’Chair staat aan de Rue du Pont in Namen, met de achterkant recht boven de Samber. Het is een van de weinige zestiende-eeuwse gebouwen die in het centrum overeind zijn gebleven, en het valt op door de combinatie van rode baksteen en lichte hardsteen in een gevel van vier lagen onder een steil leien dak. Het gebouw heeft in ruim vier eeuwen bijna elke functie gehad die een stad te vergeven heeft. Het begon als vleeshal, was daarna school, arsenaal, ziekenhuis, kapel en theater, en was anderhalve eeuw lang het stadsmuseum. Sinds 2023 zit het toeristenbureau van Namen erin, en dat is goed nieuws voor bezoekers: je kunt gewoon naar binnen lopen zonder kaartje.

De vleeshal van 1590

De hal werd tussen 1588 en 1590 gebouwd in opdracht van de landvoogd, naar een ontwerp van de bouwmeesters Bastien Sion en Conrad van Neurenberg. De stijl is Maaslandse renaissance: rode baksteen met banden en omlijstingen van hardsteen, en rijen kruiskozijnen over de volle breedte van de gevel.

De opzet was praktisch. Op de begane grond, onder de gemetselde bogen die je vanaf het water nog ziet, stonden de kraampjes van de beenhouwers. Alle vleesverkoop in de stad moest daar gebeuren, zodat de stad toezicht had op de handel en op de hygiëne. De verdieping erboven was voor de handelstransacties, de bovenste lagen voor het bestuur en de boekhouding van het ambacht. Dat de hal aan het water staat was geen toeval: afval en bloed konden zo rechtstreeks in de Samber.

De Halle al’Chair gezien vanaf de overkant van de Samber, met bakstenen gevel, dakkapellen in het leien dak en gemetselde bogen aan de waterkant

School, arsenaal, kapel en theater

Al in de zeventiende eeuw diende het gebouw voor van alles tegelijk. Er zat een school van de dominicanen in, het deed dienst als arsenaal en het werd als ziekenhuis gebruikt. In de achttiende eeuw kwam er een protestantse kapel in, daarna een theater, en vervolgens werd het weer gewoon vleeshal. Aan die eerste functie kwam in 1806 een einde. Wat volgde was een halve eeuw van wisselend gebruik, tot het gebouw in 1856 een bestemming kreeg die het lang zou houden.

De kopgevel van de Halle al’Chair van onderaf gezien, met een beschilderd wapenschild tussen de kruiskozijnen en een poort met rondboog

Anderhalve eeuw museum

Vanaf 1856 was de Halle al’Chair het stadsmuseum, met de collectie van het Naamse archeologisch genootschap. Die collectie is een van de rijkste van de Franse Gemeenschap en loopt van de prehistorie tot de vroege middeleeuwen, met veel vondsten uit de provincie Namen zelf. In december 2018 sloot het museum in de hal definitief zijn deuren, omdat het gebouw aan een grondige restauratie toe was en de opstelling niet meer voldeed. De collectie verhuisde naar het museumkwartier Les Bateliers aan de Rue Joseph Saintraint, waar het Archeologisch Museum op 3 september 2024 opnieuw openging, naast het Museum voor Sierkunst. Wie de vondsten wil zien moet dus daar zijn, niet in de hal.

De restauratie van 2020 tot 2022

Tussen 2020 en 2022 is het gebouw volledig gerestaureerd, voor 3,4 miljoen euro, met een flinke bijdrage van het Waalse Gewest. Het dak ging eraf en werd vernieuwd, de gevels zijn hersteld en binnen zijn nieuwe vloeren, een liftkoker en volledig nieuwe technieken aangebracht. De winst voor bezoekers zit in de toegankelijkheid. Waar het museum vroeger alleen via trappen bereikbaar was, is nu een lift aangelegd die alle vier de niveaus bedient, met een plateaulift voor het hoogteverschil bij de ingang. De oude houten plafonds en trappen zijn bewaard gebleven. In december 2022 ging het gebouw voor het eerst weer open voor publiek.

Wat de kelder prijsgaf

Het interessantste kwam tijdens de werken uit de grond. Archeologen van het Waalse erfgoedagentschap legden in de kelder een stuk van de middeleeuwse stadsmuur bloot, uit de elfde tot dertiende eeuw, met een poort die op de rivier uitkwam. Die muur is ouder dan de renaissancehal die erbovenop staat. Verder kwamen er resten van een houten hal uit de dertiende eeuw tevoorschijn, de oorspronkelijke vloertegels van de vleeshal, een afvoergoot en de drempels van een monumentale doorgang. In plaats van alles weer dicht te gooien is een deel van die vondsten in het ontwerp zichtbaar gelaten, zodat je in de kelder de oudste laag van de stad kunt zien.

De lange gevel van de Halle al’Chair langs de kade van de Samber, met verderop een boogbrug over het water

Wat je er nu vindt

Op de begane grond zit het onthaal van Visit Namur, waar je kaarten, wandelroutes en informatie over de stad krijgt. De eerste verdieping is ontvangst- en tentoonstellingsruimte, de tweede is in gebruik als pers- en conferentiezaal, en de kelder wordt voor wisselend gebruik ingezet. Binnenlopen kost niets en kan zeven dagen per week. Voor wie in Namen begint, is dit een logisch startpunt. Het gebouw staat aan de rand van de oude stad, vlak bij de winkelstraten en op een paar minuten lopen van het Grognon en van de kabelbaan naar de citadel van Namen.

Halle al’Chair in het kort

  • Adres: Rue du Pont 21, 5000 Namen
  • Gebouwd: 1588 tot 1590, Maaslandse renaissance
  • Bouwmeesters: Bastien Sion en Conrad van Neurenberg
  • Nu: toeristenbureau Visit Namur, plus tentoonstellings- en conferentieruimte
  • Open: april tot en met oktober dagelijks 9.30 tot 18.00 uur; november tot en met maart maandag tot zaterdag 9.30 tot 18.00 uur en zondag 11.00 tot 15.00 uur
  • Toegang: gratis
  • Toegankelijkheid: lift naar alle vier de niveaus
  • Let op: het Archeologisch Museum zit hier niet meer, maar sinds september 2024 bij Les Bateliers aan de Rue Joseph Saintraint 3

In en rondom Namen

Panorama over Namen met de daken en de rivier

Namen

Namen is de hoofdstad van Wallonië en ligt op de plek waar de Samber in de Maas stroomt. De oude binnenstad ligt tussen de twee rivieren, met de citadel op de rots erboven. De Halle al’Chair staat aan de rand van dat oude centrum.

Lees verder
Uitzicht vanaf de citadel van Namen over de stad en de Maas

Citadel van Namen

De citadel van Namen staat op een rotsrichel van 100 meter boven de samenvloeiing van Samber en Maas. Het complex van 80 hectare telt vier kilometer ondergrondse gangen waarvan één kilometer toegankelijk is. Vanuit het stadscentrum brengt een kabelbaan je naar boven.

Lees verder
De bakstenen gebouwen van hotel Les Tanneurs in een smalle steeg in Namen, met zonneschermen boven de vensters

Les Tanneurs

Les Tanneurs is een viersterrenhotel in de oude binnenstad van Namen, ondergebracht in vijftien zeventiende-eeuwse huizen van de voormalige leerlooierij. De panden zijn in de jaren tachtig van de sloop gered en tot één hotel verbouwd, met 37 kamers en twee restaurants.

Lees verder
Een dorp aan de Maas met een rondvaartboot en beboste heuvels

De Maas

De Maas stroomt dwars door Namen en verder naar Dinant en Hoei. Langs de oevers liggen jaagpaden waar je kunt wandelen en fietsen, en vanuit Namen vertrekken rondvaarten over de rivier.

Lees verder
Het Koninklijk Theater van Namen in lichte zandsteen, met houten bloembakken en bolbomen op het plein ervoor

Koninklijk Theater van Namen

Het Koninklijk Theater van Namen staat aan de Place du Théâtre en werd in 1868 gebouwd, nadat het vorige theater binnen acht jaar drie keer was afgebrand. De zaal in Italiaanse hoefijzervorm heeft vier lagen balkons, een beschilderde koepel en ongeveer 800 plaatsen.

Lees verder
Het belfort van Namen boven de daken van de Rue du Beffroi, met de leien klokkenverdieping en de bolvormige spits met windwijzer

Belfort van Namen

Het belfort van Namen staat aan de Rue du Beffroi, naast de Place d’Armes. De ronde kalkstenen toren werd vanaf 1388 als verdedigingstoren gebouwd en werd pas in 1746 het belfort van de stad. Sinds 1999 staat hij op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Lees verder