Sluiten

De Condroz

De Condroz is de golvende landbouwstreek tussen de Maas en de Ardennen. Lange ruggen met bos wisselen er af met brede laagtes vol weiden en akkers, en de dorpen ertussen zijn opgetrokken uit de steen die er ter plekke uit de grond komt. Wie vanuit Nederland naar de Ardennen rijdt komt er altijd doorheen, meestal zonder het te merken. Ciney geldt als de onofficiële hoofdstad van de streek.

Waar ligt de Condroz

De Condroz is een lange en smalle streek: ruim honderdvijftig kilometer van west naar oost en ongeveer vijfentwintig kilometer van noord naar zuid, samen zo’n 3.750 vierkante kilometer. Hij begint bij Beaumont in Henegouwen en eindigt bij Louveigné, ten zuidoosten van Luik. Het grootste deel ligt in de provincie Namen en de provincie Luik, met een uitloper in Henegouwen en een klein stuk in de provincie Luxemburg rond Durbuy.

In het noorden vormt de Maas de grens, met Namen, Andenne en Hoei aan de rand van de streek. In het noordoosten grenst de Condroz aan het Land van Herve, in het oosten aan de Ardennen, in het zuiden aan de Fagne-Famenne en de Calestienne. De grens met de Ardennen is geen lijn maar een strook: de Ardense Condroz, een bosband van een kilometer of zes breed die de twee streken van elkaar scheidt.

Voor de vakantieganger telt vooral de oostelijke helft, tussen Namen, Hoei, de Ourthe en Ciney. Dat is het deel dat je passeert op weg naar de Ardennen, en daar liggen ook de meeste dorpen die de moeite waard zijn.

Een oude natuurstenen hoeve met pannendak in het gehucht Goyet, met een grasveld met paardenbloemen en een paard bij de weide
Het gehucht Goyet in de Samsonvallei met een rij grijze kalkstenen huizen langs de beek, tegen beboste hellingen

Tiges en chavées: waarom het landschap golft

De ondergrond van de Condroz bestaat uit twee soorten gesteente die elkaar in evenwijdige banden afwisselen: harde zandsteen uit het Boven-Devoon en zachtere kalksteen uit het Carboon, in het zuiden vermengd met schiefer. Bij de vorming van de Ardennen zijn die lagen geplooid en schuin gezet. De banden lopen sindsdien van zuidwest naar noordoost, evenwijdig aan de Maas tussen Namen en Luik.

Water en weer hebben de kalksteen en de schiefer sneller weggevreten dan de zandsteen. Wat bleef staan zijn langgerekte ruggen, in de streek tiges genoemd; wat wegzakte zijn de laagtes ertussen, de chavées. Beide woorden staan nog altijd op wegwijzers en in straatnamen. Het resultaat is een landschap dat over tientallen kilometers hetzelfde ritme aanhoudt: rug, laagte, rug, laagte. De plateaus liggen op 280 tot 350 meter hoogte.

Het verschil in gesteente bepaalt ook wat er groeit. Op de zandsteenruggen is de bodem dun, zanderig en arm; daar staat bos. In de kalklaagtes is hij kleiig en kalkrijk; daar liggen de weiden, de akkers en vrijwel alle dorpen. Wie de streek doorkruist rijdt daarom om de beurt door een bosstrook en over open boerenland, en dat blijft zo tot de Ardennen beginnen.

Een weiland met op de horizon een rotspunt boven het bos bij Thon-Samson
Een gezicht op Crupet met huizen tussen groene weiden en herfstbomen

Bouwen met de steen uit de streek

Omdat elk dorp de steen gebruikte die vlakbij uit de groeve kwam, verraadt de kleur van een dorp op welke band het staat. Op de kalkbanden zijn de huizen lichtgrijs tot donkergrijs: Mozet, Falaën, Sosoye, Chardeneux en Les Avins. Op de zandsteenbanden zijn ze warm geel, oker en bruin: Vierset, Oneux en Fraiture. In dorpen als Ramelot staan de twee kleuren door elkaar, soms in dezelfde gevel. De daken zijn van leisteen of van grijze tot zwarte pannen.

De blauwe hardsteen die in de streek wordt gewonnen, in België petit granit genoemd, zit verwerkt in de omlijstingen van ramen en deuren, in de dorpels en in de kerkvloeren. Ook de boerderijen zijn er in dezelfde steen gebouwd, vaak als vierkantshoeve met woonhuis, stallen en schuur rond een gesloten binnenplaats. In Crupet, Goyet en Thon-Samson staan hele straten die op deze manier zijn opgetrokken.

Een natuurstenen huis met houten deur in Crupet
Een natuurstenen kasteelhoeve met twee ronde torens in Mozet

Zeven van de mooiste dorpen van Wallonië

De lijst Les Plus Beaux Villages de Wallonie telt vierendertig dorpen. Zeven daarvan liggen in de Condroz: Celles, Chardeneux, Crupet, Falaën, Mozet, Sosoye en Thon-Samson. Vier ervan staan op deze site.

Celles ligt in de gemeente Houyet, in een dal onder de heuvels, en heeft een romaanse kerk gewijd aan Sint-Hadelin. Op de heuvel ernaast staat het kasteel van Vêves. Crupet hoort bij Assesse en is bekend om zijn woontoren uit de middeleeuwen, die op een eilandje in een vijver staat. Naast de pastorie ligt de grot van de heilige Antonius van Padua, een kunstmatige rotspartij die tussen 1900 en 1903 door de dorpelingen werd gebouwd op initiatief van pastoor Jules Gérard; het beeld van de duivel die door de heilige wordt weggeduwd levert het dorp de bijnaam duivelsgrot op.

Mozet ligt in de gemeente Gesves, tussen weiden, hagen en boomgaarden boven de Samsonvallei, en is vrijwel helemaal uit grijze kalksteen opgetrokken. Thon-Samson bij Andenne bestaat uit twee gehuchten die aan elkaar zijn gegroeid, met de burchtruïne van Samson boven het dal en de Sint-Remikerk in Thon.

De drie overige liggen dicht bij elkaar in het westen van de streek. Falaën en Sosoye staan aan de Molignée, op wandelafstand van de abdij van Maredsous; Falaën heeft een versterkte hoeve die tussen 1670 en 1673 werd gebouwd als bescherming tegen rondtrekkende benden. Chardeneux is een gehucht van Somme-Leuze, een handvol hoeves rond een romaans kerkje.

Gezicht op Celles met de kerk tussen groene heuvels
Een landweg met een informatiebord en bomen bij het dorp Mozet

Kastelen, abdijen en een waterrad dat Versailles haalde

Het kasteel van Modave is een van de best bewaarde zeventiende-eeuwse kastelen van België en staat op een rotspunt boven de vallei van de Hoyoux. Rond 1667 liet graaf Jean-Gaspard-Ferdinand de Marchin er door de timmerman Rennequin Sualem een waterrad bouwen dat het water van de Hoyoux ongeveer vijftig meter omhoog perste, tot op de binnenplaats van het kasteel. Baron Arnold de Ville zag de machine, nam de plannen mee naar Frankrijk en liet Sualem bij Versailles de Machine de Marly bouwen, die het water van de Seine honderdvijftig meter omhoog bracht naar de tuinen van Lodewijk XIV.

Het kasteel van Spontin begon in de twaalfde eeuw als donjon, werd in de veertiende eeuw een waterburcht en kreeg later een vleugel in roze baksteen met peperbusdaken; de bijgebouwen dateren van 1622. Verder liggen in de Samsonvallei het kasteel van Goyet en de grotten van Goyet, een van de belangrijkste prehistorische vindplaatsen van Europa, met sporen van neanderthalers, en bij Denée de abdij van Maredsous, een negentiende-eeuwse benedictijnenabdij met een neogotische kerk. In Jenneret staat de kasteelhoeve, een versterkte hoeve met een ronde toren.

Het classicistische kasteel van Modave met torentjes en een balustrade
De gotische abdijkerk en gebouwen van de abdij van Maredsous met tuin

De koeienoorlog van 1275

In 1275 stal Engoran, een boer uit Jallet, een koe van Rigaud de Corbion in Ciney. Het dier dook op tijdens de jaarmarkt van Andenne. Er werd afgesproken dat de dief het beest zelf zou terugbrengen naar de wei van de eigenaar, maar zodra hij Condrozer grond betrad grepen de mannen van baljuw Jean de Halloy hem en hingen hem op aan een boom.

Wat volgde was een oorlog waarin de graaf van Namen, de graaf van Luxemburg en de hertog van Brabant tegenover het prinsbisdom Luik kwamen te staan. Hij duurde drie jaar. Een zestigtal dorpen in de Condroz werd verwoest, waaronder Ciney en Spontin, en de overlevering spreekt van vijftienduizend doden. De Franse koning Filips III maakte er in 1278 een eind aan door alles terug te brengen in de toestand van voor de oorlog. De koeienoorlog geldt sindsdien als het schoolvoorbeeld van hoe een klein geschil in de middeleeuwen kon uitgroeien tot een streekbrede oorlog.

Streekproducten en gerechten

De Condroz is boerenland, en dat is aan het aanbod te merken. Het witblauwe rund, het vleesras dat je overal in de weiden ziet staan, heeft zijn stamboek sinds 1973 in Ciney. Diezelfde stad heeft de veemarkt: jaarmarkten in Ciney zijn zwart op wit gedocumenteerd vanaf 15 mei 1534, sinds 1966 staat er een overdekte markthal en sinds 1977 een terrein van zesentwintig hectare aan de rand van de stad. De markt geldt nog altijd als de grootste rundveemarkt van Europa, al is de handel de laatste decennia flink teruggelopen.

Het bier Ciney is naar de stad genoemd maar is er nooit gebrouwen. Het werd op 23 juni 1978 gelanceerd in café Le Rubens aan de Place Monseu, gemaakt door brouwerij Demarche, en is nu in handen van Alken-Maes. Een echte streekbrouwerij vind je wel in Purnode: Brasserie du Bocq zit er sinds 1858 in dezelfde familie en brouwt onder meer Blanche de Namur en Triple Moine. Uit de abdij van Maredsous komen kaas, bier en chocolade; het bier wordt in de brouwerij onder licentie gemaakt.

Van 1922 tot 2010 werd in Spontin mineraalwater gebotteld, uit de bronnen Duchesse, Presbytère en Clairchant. De bottelarij is inmiddels gesloten. Aan de Maasrand van de streek, in Dinant, bakken ze de koek van Dinant, van niets anders dan bloem en honing. Verder verkopen veel hoeves in de streek hun kaas, charcuterie en fruit aan huis of op de wekelijkse markt.

Wandelen en fietsen

Door de Condroz lopen twee grote wandelroutes die samen in één topogids staan, À travers le Condroz. De GR 575 beschrijft de Naamse helft van de streek, de GR 576 de Luikse: een lus van honderdvijfenzestig kilometer die in Hoei begint en eindigt en onderweg meer dan dertig dorpen en gehuchten aandoet, waaronder Modave, Les Avins, Vervoz, Hamoir, Ferrières, Aywaille, Sprimont en Esneux. De route kruist achter elkaar de dalen van de Hoyoux, de Néblon, de Lembrée, de Amblève en de Ourthe, en loopt aan de oostkant al voor een deel door Ardens bos. De Naamse lus voert onder meer langs Spontin en Grand-Marchin.

Voor fietsers is de RAVeL-lijn 126 de aangewezen route: vijfendertig en een halve kilometer asfalt over de oude spoorlijn van Ciney naar Régissa bij Hoei, langs Emptinne, Hamois, Havelange, Clavier, Modave en Pont-de-Bonne, grotendeels door het dal van de Hoyoux. Omdat het een spoorbedding is loopt de route vlak of met een nauwelijks merkbare helling, wat in deze streek uitzonderlijk is. Bij de oude stationnetjes onderweg staan informatieborden over de geschiedenis van de lijn. Let op de laatste kilometer voor Hoei: daar moet je een stuk over de gewone weg, de N641. Meer routes staan op de pagina over de RAVeL-paden.

In het dal van de Molignée, aan de westkant van de streek, rijden de draisines: spoorfietsen op een buiten gebruik gestelde spoorlijn. Van Warnant naar Falaën is het vier kilometer heen en vier terug, door twee tunnels en over enkele bruggen, met zicht op de ruïne van Montaigle; reken op anderhalf tot twee uur. Van Falaën naar Maredsous is het drie kilometer enkele reis, met een wandeling van twintig minuten naar de abdij erbij. De hele lijn van Warnant tot Maredsous is veertien kilometer heen en terug en kost een halve dag. Alles gaat over hetzelfde spoor, dus telkens heen en weer.

Houd er bij het plannen rekening mee dat tiges en chavées voor fietsers hard werk zijn. De dorpen liggen in de laagtes en de wegen ertussen gaan telkens over een rug heen, zodat een rit van twintig kilometer al snel een paar honderd hoogtemeters oplevert. Wie liever vlak rijdt houdt de Maas aan: langs de noordrand van de streek loopt de Maasroute, die van Namen via Andenne naar Hoei vrijwel geen helling kent. Daarnaast ligt de hele streek vol bewegwijzerde wandellussen van een paar uur; de kaarten daarvan liggen bij de toeristische diensten en zijn per gemeente te downloaden.

Wat je er kunt bezoeken

De grootste trekpleisters van de streek liggen verspreid over de dalen. In het oosten het kasteel van Modave boven de Hoyoux en de vestingstad Hoei aan de Maas, met haar muur die van de Waalse Pijl bekend is en het gemeentemuseum. In het midden het kasteel van Spontin, de veemarkt en de collegiale kerk van Ciney, en de dorpen Crupet, Purnode en Yvoir aan de Bocq.

In het noorden liggen de grotten van Goyet en het kasteel van Goyet in de Samsonvallei, met Mozet en Thon-Samson vlakbij. In het westen de abdij van Maredsous bij Anhée en de draisines van de Molignée, met Profondeville en Celles aan de Maaskant. En in het zuidoosten, op de overgang naar de Ardennen, de dorpen van Somme-Leuze zoals Noiseux en Baillonville, en de gemeente Durbuy met Jenneret, Izier en Heyd.

Praktisch bij je bezoek

  • Toeristische dienst: Maison du Tourisme Condroz-Famenne, Place Monseu 23, 5590 Ciney, +32 86 40 19 22.
  • Openingstijden: van 1 april tot en met 31 oktober dagelijks 10.00–16.00 uur, van 2 november tot en met 31 maart 10.00–14.00 uur. Gesloten op donderdag en op 1 en 11 november, 25 december en 1 januari.
  • Bereikbaarheid: Ciney heeft een station aan de lijn Brussel-Namen-Luxemburg; met de auto rijd je via de E411.
  • Hoelang blijven: als tussenstop op weg naar de Ardennen is een halve dag genoeg; wie blijft heeft aan twee of drie dagen genoeg voor de dorpen, de kastelen en een stuk van de RAVeL.
  • Streken in de buurt: het Land van Herve in het noordoosten en de Gaume in het uiterste zuiden.

Plaatsen in de Condroz

De natuurstenen kerktoren van Ciney met vlaggen

Ciney

Ciney geldt als de hoofdstad van de Condroz, met een collegiale kerk, een veemarkt met eeuwenoude papieren en het bier dat naar de stad is genoemd.

Lees verder
Een gezicht op Crupet met huizen tussen groene weiden en herfstbomen

Crupet

Crupet heeft een middeleeuwse woontoren op een eilandje in een vijver en de grot van de heilige Antonius van Padua naast de pastorie.

Lees verder
Een kasteel met torens tussen het groen op een helling bij Mozet

Mozet

Mozet ligt in de vallei van de Samson in de gemeente Gesves, telt ruim 600 inwoners en staat op de lijst van de mooiste dorpen van Wallonië. Het dorp wordt al in 747 genoemd. De grotten van Goyet liggen op wandelafstand.

Lees verder
De romaanse Sint-Hadelinuskerk van Celles met een pad ernaartoe

Celles

Celles ligt in een dal onder de heuvels bij Houyet, met een romaanse kerk en het kasteel van Vêves op de heuvel ernaast.

Lees verder
Dorpsgezicht in Thon met een natuurstenen gebouw met spitse leien toren en de kerktoren tussen de bomen

Thon-Samson

Thon-Samson ligt in de gemeente Andenne, op de plek waar de Samson in de Maas uitmondt, en hoort bij de Mooiste Dorpen van Wallonië. Het bestaat uit twee oude kernen: Samson beneden aan de rivier en Thon hoger op de helling.

Lees verder
Het waterkasteel van Spontin weerspiegeld in de gracht, met herfstkleuren

Spontin

Spontin heeft een waterburcht die in de twaalfde eeuw als donjon begon, en bottelde tot 2010 mineraalwater uit drie eigen bronnen.

Lees verder