Sluiten

Te voet van Paliseul naar Bouillon: twintig kilometer langs de Semois

Gepubliceerd op 28 september 2026 / Geschreven door Jeroen Eckhardt

Van de zestien wandelingen van station naar station in de Ardennen is er een die in twintig kilometer langs zo ongeveer alle bekende plekken van de Semoisvallei komt. Etappe 9 begint op het perron van Paliseul, loopt over het plateau naar het zuiden en daalt af naar de rivier, om te eindigen onder de burcht van Bouillon. Het project zelf noemt de route Langs het Graf van de Reus. Met 370 hoogtemeters is dit een van de vlakkere etappes van de reeks, en hij past in een lange dag.

Wat deze etappe bijzonder maakt is niet de afstand maar wat er onderweg ligt. De Pont de Cordemois, de abdij van Cordemois, het uitzicht op de Tombeau du Géant en het kasteel van Bouillon staan alle vier in de gewone lijstjes van de streek, en bij alle vier staat in het seizoen een parkeerplaats vol. Op deze route bereik je ze te voet, op een dag waarop je geen auto nodig hebt. Wel eindig je in een stad zonder station, en daar komen we verderop op terug.

Uitzicht over het beboste dal van de Semois op de wandeling bij Le Tombeau du Géant

Van het plateau naar het dal

Paliseul ligt op het plateau tussen de Lesse en de Semois, en het station ligt aan lijn 166 tussen Dinant en Bertrix. De eerste kilometers lopen door het open land en de bossen van dat plateau, langs de gehuchten die bij de gemeente horen. Pas in de tweede helft van de route kom je in het dal van de Semois, en daar zit ook het meeste hoogteverschil. De rivier heeft zich hier tientallen meters diep ingesneden, zodat het pad afwisselend langs de oever loopt en weer omhoog gaat naar de rand van het plateau.

Het graf van de reus

Het bekendste uitzicht van de route ligt bij het gehucht Botassart. Daar krult de Semois in een scherpe lus om een beboste heuvel heen die bijna volledig door het water wordt afgesneden. Die heuvel heet Le Tombeau du Géant, het graf van de reus. De naam wordt meestal verklaard met een legende over een Gallische krijger die na een nederlaag tegen de Romeinen de sprong verkoos boven gevangenschap en op de heuvel begraven zou zijn. In het najaar is het zicht vanaf de plateaurand opener dan in de zomer, omdat het blad van de bomen is.

Panorama over Bouillon in de Semoisvallei met de brug

De abdij van Cordemois

Drie kilometer ten westen van Bouillon ligt het gehucht Cordemois, dat vrijwel alleen uit een abdij en een boerderij bestaat. De boogbrug aan de rand van de stad voert er via een doodlopende weg naartoe. De abdij heet officieel Notre-Dame de Clairefontaine en wordt bewoond door cisterciënzerinnen. De zusters kwamen in 1933 naar Cordemois en lieten het complex vanaf 1935 bouwen naar plannen van Henri Vaes, dezelfde architect die ook Orval ontwierp. Binnen zijn fresco’s te zien, een pandhof en een kerk met glas-in-loodramen, en de gemeenschap ontvangt nog altijd bezoekers en gasten op retraite.

Bouillon heeft geen station

De etappe eindigt onder het kasteel van Bouillon, en dat is de enige plaats in de hele reeks waar geen trein stopt. Terugreizen gaat met TEC-buslijn 8, die Bouillon verbindt met het station van Libramont. Kijk voor vertrek de dienstregeling van die lijn na, zodat je weet hoe laat je uiterlijk beneden in de stad moet zijn. Wie liever doorloopt, kan er de volgende dag een etappe aan vastknopen vanaf Paliseul of Carlsbourg, allebei met een perron aan het andere eind.

Wat je onderweg nodig hebt

Bij elke etappe hoort een gps-track en een topogidsblad als pdf, allebei te downloaden bij Train et Sac à dos. Over bewegwijzering zegt het project niets, dus ga ervan uit dat je zelf navigeert en zet de track voor vertrek op je telefoon of je horloge. De route hoort ook bij Groene Halte, het netwerk dat uitstapjes verzamelt die zonder auto te doen zijn. Voor adressen onderweg kun je terecht bij de Maison du Tourisme van het Pays de Bouillon, aan de Quai des Saulx in Bouillon.

Meer over deze wandelingen

De volledige reeks van zestien etappes, met per route de afstand, de hoogtemeters en de stations waar ze beginnen en eindigen, staat op de pagina over wandelen van station naar station in de Ardennen. Daar staat ook welke etappe bij welke wandelaar past en waar je op moet letten als je zonder auto gaat. De kleine stationsdorpen langs de twee lijnen hebben sinds kort een eigen pagina, zodat je kunt opzoeken wat er in Carlsbourg, Graide of Gedinne te zien is voor je uitstapt.

De plaatsen langs deze etappe

Het natuurstenen gemeentehuis van Paliseul met vlaggen

Paliseul

De etappe begint op het perron van Paliseul, aan lijn 166 tussen Dinant en Bertrix. Het dorp ligt op het plateau tussen de Lesse en de Semois, met open land en bossen rond de gehuchten die bij de gemeente horen.

Lees verder
Een dorpsstraat met natuurstenen huizen in Botassart

Botassart

Vanaf het gehucht Botassart kijk je uit over het Graf van de Reus, de beboste landtong in een scherpe bocht van de Semois. Dat uitzichtpunt ligt in het tweede deel van de route, waar het pad het dal in gaat.

Lees verder
Uitzicht over de daken van Bouillon in de Semoisvallei met herfstbomen

Bouillon

De route eindigt onder de burcht van Bouillon, de enige plaats in de reeks waar geen trein stopt. De terugreis gaat met TEC-buslijn 8 naar het station van Libramont. De stad zelf heeft het kasteel, de Semoisoevers en een oud centrum.

Lees verder