In de Ardennen leven weer wolven, en sinds september staan daar vier officieel erkende gebieden voor op de kaart van Wallonië. Drie ervan liggen in het gebied waar de meeste vakantiegangers komen. Dat betekent niet dat je er een gaat zien, want dat gebeurt zelfs de mensen die er wonen zelden, maar het verandert wel iets aan hoe het bos beheerd wordt en aan wat je onderweg tegenkomt. Hieronder staat waar de wolven zitten, hoe snel dat is gegaan en waar je het in de praktijk aan merkt.
Wolven in de Ardennen: vier gebieden met een vaste aanwezigheid
Gepubliceerd op 25 september 2026 / Geschreven door Jeroen Eckhardt
Update 3 oktober 2026: zeven territoria en een nieuw plan
Op 30 september heeft de Waalse minister van Landbouw, Anne-Catherine Dalcq, de hoofdlijnen van een nieuw wolvenplan voor 2026 tot 2030 bekendgemaakt, dat de regering uiterlijk eind dit jaar vaststelt. Daarbij noemde ze een cijfer dat naast de vier erkende zones hierboven hoort: in Wallonië zijn nu zeven territoria bezet, vier daarvan in de Hoge Venen en één in respectievelijk het bos van Anlier, het massief van Saint-Hubert en de Ardenne liégeoise. Een erkende zone is dus niet hetzelfde als het territorium van één koppel, en in het hoogveen liggen er inmiddels vier naast elkaar. De vier zones op de kaart van de biodiversiteitsdienst blijven bestaan, maar ze verdwijnen als voorwaarde: steun voor rasters en vergoeding van schade gaan niet langer afhangen van de vraag of een weide binnen de grens van een zone ligt.
De aanleiding ligt in de provincie Luxemburg, waar bij La Roche-en-Ardenne een kudde werd aangevallen die net buiten een zone stond en daarom geen recht had op de bestaande regelingen. Zodra het plan is vastgesteld kan verjagen met een niet-dodelijk schot worden ingezet, en kan bij een wolf die een beschermde kudde herhaaldelijk aanvalt binnen het Europese recht worden ingegrepen. Ook de afhandeling van schade gaat korter duren: in 2020 kostte dat ruim een jaar, in de nieuwe opzet ongeveer honderd dagen.
Vier gebieden met een vaste aanwezigheid
De Waalse biodiversiteitsdienst houdt bij waar wolven zich blijvend hebben gevestigd. Zo’n gebied heet een zone met permanente aanwezigheid en wordt pas erkend als een dier of een koppel er langere tijd blijft. De oudste is die van de Hoge Venen, erkend in oktober 2020. Die zone is in september 2026 uitgebreid tot ruim zeventigduizend hectare en raakt zeventien gemeenten, waaronder Spa, Stavelot en Verviers.
De tweede is het bos van Anlier, erkend op 22 september 2025 nadat er een maand eerder een koppel was gezien. Die zone beslaat ruim vierentwintigduizend hectare over zes gemeenten, met Habay en Neufchâteau erbij. De derde is Saint-Hubert, erkend op 22 december 2025 nadat op 16 december een koppel was gefilmd, goed voor bijna zevenendertigduizend hectare over negen gemeenten. Ook die zone is in september 2026 groter geworden.
De jongste is de Ardenne liégeoise, erkend op 25 juni 2026 en met ruim elfduizend hectare de kleinste van de vier. Daarmee staat de teller op vier gebieden, tegenover een in 2020. De cijfers hierboven komen van de officiële kaart van de Waalse biodiversiteitsdienst, laatst bijgewerkt op 22 september 2026. Dat de twee oudste zones dit najaar allebei zijn uitgebreid zegt iets over de richting waarin het gaat: de dieren blijven niet binnen de grens die ze bij de erkenning kregen, en de kaart loopt hun gedrag achterna.
Hoeveel wolven het er zijn
Over het aantal dieren doet Wallonië voorzichtiger uitspraken dan over de gebieden. De wolf is sinds 2016 terug in de regio, en in januari 2026 hield de bevoegde minister het in het Waals parlement op ongeveer twintig dieren, het grootste deel daarvan in de Hoge Venen. Dat aantal ligt niet vast, want jonge wolven trekken weg om een eigen territorium te zoeken en leggen daarbij honderden kilometers af. De zwervers die in Wallonië opduiken komen vermoedelijk uit Duitsland, en het zijn juist die dieren die buiten de vaste zones de meeste schade aanrichten.
De schadecijfers zetten dat in verhouding. Sinds 2023 zijn 107 aanvallen op vee met zekerheid aan de wolf toegeschreven, en bij 46 andere gevallen kon de wolf niet worden uitgesloten. In diezelfde periode gingen 102 aanvallen op het conto van honden. Voor wie met een hond in de Ardennen wandelt is dat het nuchterste cijfer van allemaal: loslopende honden doen bijna evenveel schade aan schapen en geiten als wolven, en dat verklaart waarom er in de natuurgebieden zo streng op aanlijnen wordt gelet.
Wat je ervan merkt in het bos
De kans dat je er een tegenkomt is klein. Wolven mijden mensen, jagen vooral in de schemering en in de nacht, en trekken grote afstanden af in gebieden waar overdag wandelaars lopen. De meeste waarnemingen komen van wildcamera’s en van sporen in de sneeuw, niet van ontmoetingen op het pad. Ook de erkenning van een zone werkt zo. Die van Saint-Hubert kwam er nadat een koppel in december voor een camera was gelopen, niet omdat iemand er een tegen het lijf liep.
Wat je wel ziet zijn de gevolgen. Rond schapenweiden in de zones staan steeds vaker extra rasters met stroomdraad, betaald uit een regeling voor veehouders. En in het natuurreservaat van de Hoge Venen, dat midden in de oudste zone ligt, zijn honden in zone B sowieso verboden, ook aangelijnd. Dat heeft niet alleen met wolven te maken, maar het komt in een wolvengebied wel extra van pas. Wie een wolf denkt te hebben gezien, kan dat melden bij het Réseau Loup, het netwerk dat de waarnemingen in Wallonië verzamelt en controleert.
De wolven op deze foto’s
Allebei de foto’s bij dit bericht zijn in een dierenpark gemaakt, want een wilde wolf laat zich vrijwel niet fotograferen. De bovenste komt uit het Wildpark van Han: een witte wolf met een dikke wintervacht staat op een omgevallen boomstam in het bos en kijkt recht in de camera. Wit is geen kleur die je bij Europese wolven ziet; dit is een dier uit een noordelijke ondersoort, zoals meer parken die houden.
De tweede foto komt uit het Parc à Gibier van La Roche-en-Ardenne en staat dichter bij wat er in het bos rondloopt: een lichtgekleurd dier met lange poten en een laag gedragen staart, dat achter een hoog gaashek door een bosperceel loopt. De wolven in de Ardennen zijn doorgaans grijsbruin met een lichtere snuit en keel. In beide gevallen zie je wat ook op foto’s van wilde wolven opvalt: lange poten, een smalle romp en een staart die recht naar beneden hangt in plaats van omhoog te krullen zoals bij veel honden. Wie er een wil zien, is in een van deze twee parken aan het juiste adres.
Meer over wild in de Ardennen
De wolf is niet het enige dier waar bezoekers dit najaar mee te maken krijgen. Van half september tot half oktober burlen de edelherten, en daarvoor gelden in het bos van Saint-Hubert eigen toegangsregels: zie de hertenbronst in de Ardennen. Vanaf oktober komt het jachtseizoen erbij, waarbij boswegen tijdelijk dichtgaan. Welke paden dat zijn en hoe je dat ziet staat in het bericht over de bospaden die dichtgaan.